BOEKPRESENTATIE: UFO’S BESTAAN GEWOON (Een ooggetuige-verslag en verdere aantekeningen) Kees Deckers Maart 2013 Delft. Eén enorm grote leegte rondom het station. Eén bouwput en volop werk in uitvoering. Wat gaat dat worden? Delft, een meer dan  levensgroot standbeeld van Hugo Grotius op het plein de Markt, met op de achtergrond de overweldigende toren van de Nieuwe Kerk, recht  omhoog wijzend naar een ijskoude, blauwe lucht. Delft. Oude grachten met nog heel veel nostalgische sfeer. Allemaal symbolen, bedenk ik  mij, terwijl ik een korte wandeling maak door deze stad, waar ik niet eerder geweest ben. Symbolen, die te maken hebben met het boek,  waarvan het eerste exemplaar op de avond van deze 27ste maart aangeboden wordt aan de schrijver ervan, Coen Vermeeren. Het boek draagt  de gewaagde titel: “Ufo’s bestaan gewoon” en de nog meer gewaagde ondertitel: “Een wetenschappelijke visie”.  Eindelijk een Nederlandse wetenschapper, die zich durft uit te spreken over het U.F.O.-fenomeen. Coen Vermeeren is dr. ir. Lucht- en  Ruimtevaarttechniek en verbonden aan de Technische Universiteit te Delft als hoofd van het Studium Generale.   Na ontvangst met koffie en petits-fours in een stemvol verlichte zaal met oudroze geschilderde balken en zware, oudroze gordijnen in Sociëteit  “Het Meisjeshuis” op De Oude Delft begeeft zich het al gearriveerde publiek naar een zaal op de tweede verdieping. Daar start rond 19:00 uur  het programma voor de boekoverhandiging met een introductie door Pieter de Boer, uitgever bij uitgeverij Ankh Hermes en gastheer van dit  feestje. Ik schat dat tussen de 60 à 70 mensen de ruimte vullen, waarmee de zaal overvol is.  Edgar Mitchell Om klokslag 19:30 uur is, via een Skype-verbinding, ook Edgar Mitchell aanwezig, de   zesde mens, die op onze Maan heeft gestaan, om zijn verhaal te doen en vragen te  beantwoorden van Vermeeren en het publiek. Mitchell is inmiddels 83 jaar oud. We  zien hem zitten in een ruime kamer, op een nu en dan behoorlijk piepende  bureaustoel, ietwat uit het midden van het beeld. Eén van Vermeeren’s eerste vragen  is wanneer Mitchell uit de kast is gekomen met betrekking tot het U.F.O.-fenomeen.  Mitchell antwoordt dat dat zo’n 4 à 5 jaar geleden is geweest. Hij is geboren in de  buurt van Roswell en kent daardoor veel van de mensen, die op allerlei wijzen  betrokken zijn geweest bij de neerstorting van een Onbekend Vliegend Object (O.V.O.)  in 1947. Zij hebben hem over hun ervaringen daarmee en kennis daarover verteld.  Mitchell zegt ook dat in zijn vroegere positie van astronaut hij niet over dergelijke  zaken mocht praten. Op de vraag van Vermeeren wat de redenen zijn dat er nog altijd  geen officiële disclosure (openbaarmaking) is, zegt Edgar Mitchell dat de belangrijkste  reden hiervoor financieel gewin is.  Volgens Edgar Mitchell hebben BuitenAardsen zich wel degelijk al aan mensen  getoond. Hij verwijst daarvoor onder andere naar het Phoenix Lights-incident van  1997 en geeft aan dat er op deze manier veel andere publieke gebeurens zijn geweest  over de gehele wereld. Mitchell’s eigen motief om er nu open en publiek over te praten  is, omdat hij meent dat het daar nu tijd voor is, omdat onze toekomst ervan afhangt.  Vanuit het publiek wordt de vraag gesteld of hij bekend is met “The Overview Effect”.  En zo ja, of dit niet een manier is om alle mensen op Aarde te verenigen met  betrekking tot het onderwerp BuitenAardsen.   OverzichtsEffect Het Overview Effect (OverzichtsEffect) is een waarnemingsverschuiving in het bewustzijn, gerapporteerd door sommige astronauten en kosmonauten tijdens  ruimtevluchten, vaak terwijl zij naar de Aarde kijken vanuit een omloopbaan of vanaf het maanoppervlak.  Het verwijst naar de ervaring van het uit eerste hand zien van de werkelijkheid van de Aarde in de ruimte, wat onmiddellijk wordt begrepen een zeer kleine, breekbare  bol van leven te zijn, hangend in de leegte, beschermd en gevoed door een papierdunne atmosfeer. Vanuit de ruimte, vertellen astronauten ons, verdwijnen nationale  grenzen, worden de conflicten die ons scheiden minder belangrijk en wordt de behoefte van een planetaire samenleving met de verenigde wil om deze “bleke, blauwe  punt” te beschermen zowel vanzelfsprekend als beslist noodzakelijk.  Derdehands observanten van deze individuen kunnen ook een merkbare verandering in hun houding melden. Astronauten Rusty Schweikart, Edgar Mitchell, Tom Jones,  Chris Hadfield en Mike Massimino hebben allen naar verluidt dit effect ervaren.  De term en het concept zijn in 1987 bedacht door Frank White, die ze  onderzocht in zijn boek The Overview Effect -Space Exploration and Human Evolution  (Houghton-Mifflin, 1987), (AIAA, 1998) (Het OverzichtsEffect - RuimteExploratie en Menselijke Evolutie).  Internetreferentie (30-03-13) (eigen vertaling):  http://en.wikipedia.org/wiki/Overview_effect  Mitchell antwoordt dat hij inderdaad dit effect kent en heeft ervaren. Het wordt ook wel “The Big Picture Effect” genoemd.  Terzijde. Terwijl Edgar Mitchell spreekt over dit effect gaat bij mij de associatie door het hoofd naar de vele duizenden BijnaDoodErvaringen  (B.D.E.’s). En met name naar het vaak daarbij voorkomende onderdeel van de overzicht-over-het-eigen-leven-ervaring. Hier zijn dezelfde  gevolgen te constateren, die kosmonauten en astronauten melden. Er is ook bij zogenaamde B.D.E.-ers vaak sprake van een OverzichtsEffect,  dat hen diep raakt, dat resulteert in een verandering in het beeld van wat werkelijkheid is en dat leidt tot een veranderde houding ten opzichte  van het leven. Ook floept de vraag in mijn hoofd of het daarom is, dat Carl sagan, in zijn boek “Contact”, verfilmd onder de gelijknamige titel  met in de hoofdrol Jody Foster, dezelfde link lijkt te hebben gelegd.  Is er een vijandige relatie met BuitenAardsen, is een andere vraag. Mitchell denkt van niet. In ieder geval niet zo vijandig dat zij ons allemaal  direct willen doden. Maar er zijn meerdere soorten BuitenAardsen. En er zijn natuurlijk zaken gaande als ontvoeringen van mensen en  veeverminkingen. Daarop inhakend brengt Coen Vermeeren het boek: “UFOs and Nukes - extraordinary encounters at nuclear weapons sites”  (U.F.O.’s en Nucleaire Raketten - buitengewone ontmoetingen op kernwapenbasissen) van Robert Hastings naar voren. Hierin schrijft Hastings  over het feit dat meer dan eens nucleaire raketinstallaties zijn lamgelegd door O.V.O.’s. Waarom zouden ze dat doen, vraagt Vermeeren. Wat is  hun interesse hierin, hun belang hierbij? Mitchell geeft aan dat hij het boek kent. Hij meent dat er een vreedzaam ongenoegen speelt bij de  BuitenAardsen over ons gebruik van technologie. Vermeeren vraagt zich af of het niet de angst is van de BuitenAardsen dat wij, mensen, deze  wapens de ruimte in gaan brengen.  Een andere vraag van hem aan Mitchell is, waarom deze zich is gaan bezighouden met de noëtische wetenschap.  Instituut voor Noëtische Wetenschappen Noëtiek is een new age-beweging die vertaald denkleer betekent en is afgeleid van het Griekse woord noetikos hetgeen betekent ‘vanuit een ethische geest’. De definitie  van Noëtische Wetenschappen wordt op verschillende manieren uitgelegd, maar gaan alle over de kracht van de menselijke geest als volgt: Noëtische Wetenschap is de  leer waarbij ervan uitgegaan wordt dat mensen door middel van een bundeling van hun geestelijke vermogens macht kunnen uitoefenen op de materie.  ... Dr. Edgar Mitchell, astronaut op de Apollo 14 en de zesde man op de maan, heeft het Instituut voor Noëtische Wetenschappen opgericht. Zijn reis naar de maan vond  plaats in 1971 en naar zijn zeggen heeft dit veranderingen in hem teweeggebracht. ...  Tijdens de terugreis naar de aarde meende hij een 'waarheid' te zien; hij voelde zich in eenheid met de aarde en het universum. Dr. Edgar Mitchell besloot na zijn  terugkomst op de aarde het Instituut voor Noëtische Wetenschappen op te richten in 1973. Dit instituut legt zich toe op de studie van de aard van het menselijk  bewustzijn. Professor Emeritus William A. Tiller, van de Stanford Universiteit, was medeoprichter van het Instituut voor Noëtische Wetenschappen. William Tiller wordt  door aanhangers gezien als een pionier op het gebied van het begrip van de kracht van het bewustzijn en het effect hiervan op onze (zichtbare) realiteit. ...  Internetreferentie (30-03-13):  http://nl.wikipedia.org/wiki/Instituut_voor_No%C3%ABtische_Wetenschappen  IONS - Institute of Noetic Sciences (Instituut voor Noëtische Wetenschappen) Het Instituut voor Noëtische Wetenschappen™ in 1973 opgericht door Apollo 14 -astronaut Edgar Mitchell, is een 501(c)(3) onderzoeks-, onderwijs- en  lidmaatschapsorganisatie zonder winstoogmerk, met als missie het ondersteunen van individuele en collectieve transformatie door bewustzijnsonderzoek,  onderwijsondersteuning en het engageren in een wereldwijde leergemeenschap in het realiseren van ons menselijk potentieel. “Noëtiek” komt van het Griekse woord  nous, wat “intuïtieve geest” of “innerlijk weten” betekent. IONS™ leidt, sponsort en werkt samen op het gebied van vooruitstrevend onderzoek in de potenties en  krachten van het bewustzijn, onderzoekt verschijnselen, die niet noodzakelijk passen in de conventionele wetenschappelijke modellen en onderhoudt tegelijkertijd een  verplichting aan wetenschappelijke strengheid.  De belangrijkste programmagebieden van het Instituut zijn bewustzijn en genezing, meer uitgebreide menselijke capaciteiten en opkomende wereldbeelden.  Internetreferentie (30-03-13) (eigen vertaling):  http://noetic.org/   Edgar Mitchell geeft aan dat het juist de ervaring van The Overview Effect was, de magnifieke ervaring van het aanschouwen van zijn eigen  planeet, de Aarde, in haar natuurlijke omgeving, de ruimte, dat hem naar deze wetenschap heeft geleid.  Een laatste vraag aan hem is of vrije energie een motief zou kunnen zijn om de aanwezigheid van BuitenAardsen niet te openbaren. Mitchell  meent dat dit zeker verband houdt met de niet-openbaarmaking. Hij spreekt kort over de Zero Point energy (de Nulpunt-energie), dat overal  door het gehele universum aanwezig is als vrije energie.  Coen Vermeeren Nadat afscheid is genomen van de via de electronica aanwezige Edgar Mitchell, neemt Pieter de Boer van Ankh Hermes het programma weer  over en stelt Coen Vermeeren de vraag hoe het gekomen is tot dit boek. Vermeeren legt uit dat hij als hoofd van het Studium Generale naast  het verzorgen van interessante lezingen voor studenten op het gebied van de lucht- en ruimtevaarttechniek ondermeer als taak heeft in te  gaan op studentenvragen. Eind 2009 kreeg hij van studenten meerdere malen youtube-filmpjes met daarop mogelijke U.F.O.’s te zien met de  vraag wat op die filmpjes nu eigenlijk precies te zien is. In eerste instantie was hij niet direct geïnteresseerd, maar toen hij ook youtube-  filmpjes zag met het N.A.S.A.-logo in beeld begon hij toch te twijfelen en er meer aandacht aan te besteden. Vervolgens kon hij, zoals velen,  nergens terecht met zijn verhaal. En met de vraag: Wat is hier nu daadwerkelijk te zien? Dat leidde tenslotte tot een eerste lezing door hem  op de Technische Universiteit Delft rond het U.F.O.-verschijnsel. Een tweede lezing volgde. Maar het was pas toen De Telegraaf in 2011 een  levensgroot artikel publiceerde over de wetenschapper die lezingen over U.F.O.’s geeft op een universiteit, dat de vlam in de pan sloeg. Daarop  kwam begin 2012 Ankh Hermes met het aanbod of hij er een boek over wilde schrijven. Vermeeren sloeg dat in eerste instantie af, maar toen  enkele maanden later het aanbod een tweede maal aan hem werd voorge-legd, accepteerde hij. Die jaren vanaf 2009 tot nu is een moeilijke  periode voor hem geweest, vertelt Vermeeren heel eerlijk. Hij heeft zich daarin kwetsbaar opgesteld. Heel veel Hoe- en Waarom-vragen heeft  hij zich gesteld. Maar dit boek is uiteindelijk een prettig einde aan deze reis.  Een volgende vraag aan hem is: Waarom jij wel als ingenieur en andere ingenieurs niet? Tja, angst, is zijn antwoord. Gek gemaakt ook met  dat het allemaal slechts Science Fiction is. Waarom hij? Vermeeren zegt dat hij goed opgeleid is als ingenieur. En dat hij daardoor goed kan  oordelen over informatie op dit gebied, die anderen hem voorleggen. En dat doet hij dan ook.  Welke systemen vinden er plaats om deze werkelijkheid te onderdrukken? En waarom? Volgens Vermeeren is het grootste probleem dat de  meeste mensen geen getrainde waarnemers zijn. Hoe kun je dat worden, een getrainde waarnemer? Dat kan heel snel, zegt Vermeeren. Maar  dan moet je wel veel dossiers lezen en veel boeken gaan doornemen. Filmpjes van N.A.S.A. bekijken op het Internet. Vooral als er in  gesproken wordt over Bogeys (Boemannen) en dergelijke. Die moeten volgens Vermeeren juist zijn.  Sommige mensen kunnen het niet zien? Waarom niet? Omdat er geen taal voor is, stelt Vermeeren. Als voorbeeld. Een testpiloot komt omlaag  van een testvlucht met een verhaal over een ontmoeting op grote hoogte met een onbekend soort van licht. Een dergelijk verhaal past niet in  de taal, het jargon van testpiloten en ingenieurs. En daarmee wordt deze testpiloot als professioneel geweerd, uitgebannen. Dat is volgens  Vermeeren waarom Edgar Mitchell terecht is gekomen bij de noëtische wetenschappen. Als wij als mensen niet ingaan op deze verhalen over  vreemde ontmoetingen en verschijnselen, daar niet op in duiken, er geen onderzoek naar doen, dan zullen wij een groot deel van ons  universum uit het oog verliezen en nooit te zien krijgen.   Terzijde. Ook hier is voor mij direct een duidelijk zelfde verhaal te proeven als bij mensen met Bijna-Dood-Ervaringen. Velen onder hen hebben  aangegeven dat zij geen woorden hebben om hun ervaring te beschrijven. Dat die zelfs niet bestaan in onze taal. Het is één van de redenen  waarom sommigen er niet eens over willen praten. Het past niet in de werkelijkheid die zij hun hele leven al kennen. Het is het verhaal van  Plato’s Allegorie van de Grot. Daarbij is voor mij het gebruik van Vermeeren van de term jargon ook interessant. De meeste mensen,  waarschijnlijk alle, leven in een verengd deel van de Totale Werkelijkheid. Dat is logisch, alleen al door het feit dat ieder mens elders op Aarde  wordt geboren en wordt opgevoed. In de westerse wereld zeker, wordt daarnaast van elk mens verwacht dat zij en hij een specialistische  beroep aanleert. Zoals bijvoorbeeld testpiloot en ingenieur. Al die beroepen hebben eigen woorden, soms complete eigen talen oftewel  vakjargons. Daarin worden veel woorden uitgesloten en andere woorden als eeuwige waarheden beschouwd. Gevolg is dat alle mensen in feite  in een eigen, individuele werkelijkheid leven. Wat ik met eigen jargon de LevensloopBepaalde Werkelijkheid noem. Die werkelijkheid kan heel  be-palend en be-perkend inwerken op elke mens, waardoor hij en zij een mens met een heel andere LevensloopBepaalde Werkelijkheid, of  onbekende gebeurens en verschijnselen, die niet passen in de eigen Levensloopbepaalde Werkelijkheid niet alleen niet kan, maar vaak ook niet  wil begrijpen.  We moeten het echter bespreekbaar maken. Maar hoe? Vermeeren antwoordt, door ons open te stellen.  Omhoog Volgende pagina