1957 - LUCHTMACHTPILOOT RAPPORTEERT GELANDE U.F.O.'S 2 december 2015 Kees Deckers Op "UFO Chronicles" (http://www.theufochronicles.com/) werd 27 november jongstleden een in 1957 als geheim geclassificeerd rapport  geplaatst. Het rapport beschrijft de ervaring van Joseph F. Long, een "interceptor pilot" (onderscheppingspiloot) met enkele onbekende  vliegende objecten. Het is opgemaakt door een interviewer/verslaglegger van het 1.006de A.I.S.S. (Air Intelligence Service Squadron -  LuchtInlichtingenDienst-Afdeling) van de Luchtmacht van de Verenigde Staten.  Thans is het rapport niet langer geheim. Hieronder vindt u de letterlijke vertaling van 3 pagina's ervan. Copieën van de originelen van die  pagina's staan onder de vertaling en vindt u op "UFO Chronicles". De getallen lijken soms wat merkwaardig, maar zijn vertaald en bijgesteld  van "feet" en "miles" naar "meters" en "kilometers".  I. BRON: Joseph F. Long, 1ste luitenant, U.S.A.F., AO 3028640 Adres:  321ste Vechter-OnderscheppingsAfdeling, A.D.C.  Paine LuchtMachtBasis  Everett, Washington  (N.B.: BRON zal op bovenstaand adres zijn na 18 januari (19)58. Hij is momenteel op "vertraagde onderweg"-status tijdens een blijvende verandering van post van  Newcastle County Vliegveld, Wilmington, Del., waar zijn voormalige eenheid, de 97ste Vechter-OnderscheppingsAfdeling, is gedeactiveerd.)  Leeftijd:  24 Beroep:  1ste luitenant, U.S.A.F., Onderscheppingspiloot  Opleiding:  8 jaar lager onderwijs, 4 jaar hoger onderwijs, 4 jaar college inclusief R.O.T.C. BRON studeerde spraak- en gerelateerde  onderwerpen voor daaropvolgend werk bij een televisiezender of iets dergelijks.  Kwalificaties:  All-weather instrument school, vliegtraining, gekwalificeerd in F-94 en T-33.  II. BETROUWBAARHEID:  BRON kwam intelligent over en hij was vriendelijk en werkte mee. In eerste instantie leek hij wat nerveus, maar het wordt geloofd dat dit het gevolg was van zijn  onzekerheid hoe zijn informatie zou worden ontvangen. Toen het hem duidelijk werd dat de interviewer zijn informatie met onbevooroordeelde interesse ontving,  verdween zijn nervositeit en presenteerde hij zijn verslag van het incident zonder aarzeling. Hij beantwoordde alle er op volgende vragen bereidwillig. Eén kleine  tegenstrijdigheid doet zich in het rapport voor: BRON tekende een schets van het bovenaanzicht van één van de objecten. Hoewel hij dit waarschijnlijk bedoelde als het  bovenaanzicht van de objecten, zoals hij zich dat voorstelde (nooit daadwerkelijk de objecten van boven gezien hebbend), zou het logischer lijken als hij het onderaanzicht  had getekend, daar hij de objecten bijna direct boven hem (15 meter) zag passeren. Tijdens het latere deel van het interview, terwijl gewerkt werd aan de verhalende  beschrijving van het incident door BRON, waren zijn bevelhebber en diens adjudant aanwezig in de kamer. Beiden spraken gunstig over BRON's bekwaamheid als  vechterpiloot en over zijn karakter. Zijn bevelhebber maakte opmerkingen in de zin van dat hij persoonlijk BRON geloofde, hoewel hij zelf nooit enige U.F.O.-  waarnemingen had gedaan.  III. BRON'S BESCHRIJVING VAN DE WAARNEMING:  BRON was in zijn automobiel op de terugweg naar Newcastle County Vliegveld, Del. na afronding van de U.S.A.F. Advanced Survival School (Geavanceerde  OverlevingsSchool) Stead A.F.B. (LuchtMacht-Basis), Nev. op 23 november (19)57. Rond 06:30 uur was hij ongeveer achtenveertig (48) kilometer ten westen van  TONOPAH, Nev., reizend in de richting van LAS VEGAS, Nev. met een snelheid van ongeveer honderdachtentwintig (128) kilometer per uur, toen de motor van zijn auto  opeens stopte. Pogingen om de motor te herstarten waren onsuccesvol, en BRON stapte uit zijn auto om het probleem te onderzoeken. Buiten de auto hoorde hij een  gelijkmatig schril jankend geluid wat zijn aandacht trok naar vier (4) schijfvormige objecten die ongeveer 274 - 365 meter rechts van de snelweg op de grond stonden.  Deze objecten waren volkomen in tegenstelling tot wat hij ooit had gezien, en hij probeerde dichterbij te komen om ze beter te kunnen zien. Hij liep voor enkele minuten,  totdat hij op ongeveer vijftien (15) meter van het meest nabije object was. De objecten schenen identiek te zijn en ongeveer vijftien (15) meter in diameter. Ze waren  schijfvormig, straalden hun eigen bron van licht uit, wat veroorzaakte dat ze hel gloeiden. Ze waren voorzien van een doorzichtige koepel in het centrum van de  bovenkant, die duidelijk niet van hetzelfde materiaal was als de rest van het vaartuig. Het gehele lichaam van de objecten straalde licht uit, ze schenen niet donker te zijn  aan de onderzijde. Ze waren voorzien van drie (3) landingsgestellen, die elk halvebolvormig in vorm leken, ongeveer zestig (60) centimeter in diameter en van een soort  donker materiaal. BRON schatte de hoogte van de objecten van de grond tot de top van de koepel op ongeveer drie (3) tot vierenhalve (4,5) meter. De objecten waren  voorzien van een ring rond de buitenkant, die donkerder was dan de rest van het vaartuig en die schijnbaar roteerde. Toen BRON tot op vijftien (15) meter van het meest  nabije object kwam, nam het gebrom, wat voortdurend gelijkmatig in de lucht was geweest vanaf het eerste moment dat hij de objecten observeerde, in toonhoogte toe tot  een niveau, waar het bijna pijn aan zijn oren deed, en de objecten stegen op van de grond. De uitstekende (landings)gestellen werden onmiddellijk na opstijging  ingetrokken, de objecten stegen ongeveer vijftien (15) meter de lucht in en begonnen langzaam (ongeveer met 16 kilometer per uur) naar het noorden te bewegen, over de  snelweg, over enkele lage heuvels op ongeveer één (1) kilometer afstand en verdwenen achter die heuvels. Toen de objecten direct over BRON passeerden, observeerde hij  geen bewijs van enige rook, uitlaatsporen, hitte, verstoring van de grond of het terrein of enig zichtbare omlijning van landingsgesteldeuren of andere contouren of  openingen op de onderkant. De totale tijd van de waarneming duurde twintig (20) minuten. Nadat de objecten verdwenen, onderzocht BRON de plaats waar hij ze het eerst  op de grond had gezien. Er was geen bewijs dat enige hitte aanwezig was geweest of dat de grond verstoord was op andere wijze dan verscheidene zeer kleine indrukken in  het zand, waar de landingsgestellen klaarblijkelijk hadden gerust. De indrukken waren zeer ondiep en komvormig, driehoekig in patroon (een gelijkzijdige driehoek).  BRON mat de afstand tussen de indrukken niet, maar schatte die ongeveer tweeneneenhalve (2,5) tot drie (3) meter. Na zijn onderzoek van de indrukken, keerde BRON  terug naar zijn auto, en de motor startte onmiddellijk en werkte perfect. De auto die BRON reed was een 1956 Chevrolet en hij had voor of na het incident geen problemen  ervaren van een gelijkaardige natuur. Ten tijde van de waarneming, had BRON gedurende de nacht van RENO, Nev. tot het punt van de waarneming gereden en had hij  diezelfde dag twee (2) uur in zijn auto geslapen, tussen 24:00 uur en 02:00 uur. BRON had geen bedwelmende stoffen of enige slaap-vertragende medicatie gebruikt. Hij  beschreef zijn fysieke conditie tijdens de waarneming als uitstekend. Na de waarneming reisde BRON naar INDIAN SPRINGS A.F.B. (Air Force Base -  LuchtMachtBasis), Nev. waar hij de waarneming rapporteerde aan de Beveiligingsofficier van de Basis.  De bovengenoemde tijden zijn gegeven in Pacific Standard Time. Ten tijde van de waarneming was het licht, maar de zon was nog achter de bergen. De zon stond op het  punt recht voor BRON op te stijgen. Er waren geen sterren of Maan. Er was geen bewolking. Het weer was droog, nogal koud en er was geen wind. Er waren geen andere  getuigen van de observatie, voor zover BRON weet.  Opmerking  De interviewer/verslaglegger geeft aan dat:  Eén kleine tegenstrijdigheid doet zich in het rapport voor: BRON tekende een schets van het bovenaanzicht van één van de objecten. Hoewel hij dit waarschijnlijk  bedoelde als het bovenaanzicht van de objecten, zoals hij zich dat voorstelde (nooit daadwerkelijk de objecten van boven gezien hebbend), zou het logischer lijken als hij  het onderaanzicht had getekend, daar hij de objecten bijna direct boven hem (50 feet - 15 meter) zag passeren.   Maar is het zo vreemd dat Joseph Long de bovenkant schetst als we vervolgens lezen dat:  Toen de objecten direct over BRON passeerden, observeerde hij geen bewijs van … enig zichtbare omlijning van landingsgesteldeuren of andere contouren of openingen  op de onderkant.  En als we verder lezen dat:  Toen het hem duidelijk werd dat de interviewer zijn informatie met onbevooroordeelde interesse ontving, verdween zijn nervositeit, en presenteerde hij zijn verslag van het  incident zonder aarzeling. Hij beantwoordde alle er op volgende vragen bereidwillig.  Als u een militair bent, in dienst om uw land te verdedigen, en u een volgens u van zeer groot, mogelijk van landsbelang zijnde ervaring als  deze zo goed mogelijk wilt mededelen, tekent u dan ook de onderkant van een onbekend object waar letterlijk niets op te zien is, of tekent u  de bovenkant, waar van u meent en deels weet wat er op te zien is?  Omhoog