JA, BUITENAARDSEN HEBBEN BESTAAN EN HUN RUIMTESONDES HEBBEN ONS ZONNESTELSEL BEREIKT (Dat stellen 5 wetenschappers in 3 onderzoeken) 20 juni 2016 Kees Deckers Ja, BuitenAardsen hebben bestaan en hun ruimtesondes hebben ons zonnestelsel bereikt. Dat stellen 5 wetenschappers in 3 onderzoeken.  Twee astronomen: BuitenAardse beschavingen hebben bestaan  Op de webplek "Epoch Times" is op 13 juni jl. een kort artikeltje gepubliceerd dat meldt dat enkele astronomen zeggen dat geavanceerde  BuitenAardse beschavingen hebben bestaan (http://www.theepochtimes.com/n3/2089389-astronomers-say-advanced-alien-civilizations-have-  existed/). Die astronomen zijn Adam Frank en Woodruff Sullivan, respectievelijk van de universiteit van Rochester en de universiteit van  Washington. Zij publiceerden hierover een verhandeling in de mei-editie van het tijdschrift "Astrobiology".  Zij onderzochten, wat zij de "kosmisch archeologische kwestie" noemen: "Hoe vaak in de geschiedenis van het Universum heeft de evolutie  geleid tot een technologische levenssoort, kort- dan wel langbestaand?"  Adam Frank, zo meldt "Epoch Times", vatte op 10 juni hun conclusie samen op de opinie-pagina van de New York Times in het artikeltje: "Yes,  There Have Been Aliens" (http://www.nytimes.com/2016/06/12/opinion/sunday/yes-there-have-been-aliens.html?smid=nytnow-share&sm  prod=nytnow&_r=1): "Hoewel we niet weten of enige BuitenAardse beschavingen op dit moment bestaan in onze melkweg, hebben we nu  voldoende informatie om te concluderen dat zij vrijwel zeker bestonden op een bepaald moment in de kosmische geschiedenis."  De beide astronomen zijn tot deze conclusie gekomen door het herbewerken van de zogenaamde Drake-vergelijking vanuit een ander  perspectief, waarbij zij ook de nieuwste informatie toevoegden. Deze vergelijking is in 1961 gemaakt door de astronoom Frank Drake om de  kansen te berekenen van het contact maken met BuitenAardse beschavingen.  Tekst ontnomen aan het artikeltje: "Vergelijking van Drake" van de Nederlandstalige Wikipedia (https://nl.wikipedia.org/wiki/Vergelijking_van_Drake) Adam Frank geeft op de webplek "The New York Times" aan, dat verbeteringen in de astronomische observatie-technologie onze kennis over  exoplaneten sterk hebben bevorderd sinds 1961, waardoor drie van de zeven factoren in de vergelijking nu bekend zijn. Hij schrijft:  We weten het aantal sterren dat elk jaar wordt geboren. We weten dat het percentage sterren dat gastheer is voor planeten ongeveer 100 is (ergo, vrijwel elke ster heeft  planeten, K.D.). En we weten ook dat ongeveer 20 tot 25 procent van deze planeten zich op de juiste plek bevindt voor leven om zich te vormen (de zogenaamde  GoudLokje-zône, K.D.). Dit plaatst ons voor het eerst in de positie om iets definitiefs te zeggen over BuitenAardse beschavingen - als we de juiste vraag stellen.  In onze recente verhandeling hebben professor Sullivan en ik dit gedaan door het focus van de Drake-vergelijking te verschuiven. In plaats van te vragen hoeveel  beschavingen er op dit moment bestaan, vroegen wij wat de waarschijnlijkheid is dat onze de enige technologische beschaving is, die ooit is verschenen. Door deze vraag  te stellen konden we voorbijgaan aan de factor over de gemiddelde leeftijd van een beschaving. Dit liet voor ons slechts drie onbekende factoren over, die we  combineerden tot één "biotechnische" waarschijnlijkheid: De waarschijnlijkheid van de creatie van leven, intelligent leven en technologische capaciteit.  Men zou kunnen veronderstellen dat deze waarschijnlijkheid laag is, en dat de kansen dus klein blijven dat een andere technologische beschaving is ontstaan. Maar wat  onze berekening onthulde, is dat zelfs als deze waarschijnlijkheid extreem laag is, de kans dat we niet de eerste technologische beschaving zijn in feite groot is. Tenzij de  waarschijnlijkheid voor het evolueren van een beschaving op een bewoonbare-zône planeet minder is dan 1 in 10 miljard biljoen (1 in 10 triljoen, een 1 met 18 nullen,  K.D.), zijn we niet de eersten.  Om enige context aan dat getal te geven: In vroegere discussies over de Drake-vergelijking werd een waarschijnlijkheid voor beschavingen om zich te vormen op 1 per 10  miljard planeten als zeer pessimistisch beschouwd. Volgens onze bevindingen zouden, zelfs als men dat niveau van pessimisme toestaat, een biljoen (een 1 met 12 nullen,  1.000.000.000.000, K.D.) beschavingen over de loop van de kosmische geschiedenis zijn verschenen. Met andere woorden, uitgaande van wat we nu weten over het aantal  en de omloopbaan-posities van de planeten van de melkweg, grenst de mate van pessimisme nodig om het bestaan van een geavanceerde BuitenAardse beschaving op een  bepaald moment in de tijd te betwijfelen aan het irrationele.  In de wetenschap kan een belangrijke stap voorwaarts bestaan uit het vinden van een vraag, die kan worden beantwoord met de gegevens die bij de hand zijn. Onze  verhandeling heeft dat gedaan. Met betrekking tot de grote vraag - of er op dit moment andere beschavingen bestaan -  kan het zijn dat we lange tijd moeten wachten voor  de relevante gegevens. Maar we moeten niet onderschatten hoever we in korte tijd zijn gekomen.  Drie wiskundigen: BuitenAardse sondes hebben ons waarschijnlijk bereikt  In een ander kort artikeltje op dezelfde webplek "Epoch Times", daterend 28 juli 2014, wordt gemeld dat al in 2013 twee professoren van de  universiteit van Edinburgh een artikel publiceerden in het "Journal of Astrobiology", waarin ze technieken uitlegden, die de tijd die nodig is om  sondes zeer ver de ruimte in te sturen dramatisch kunnen inkorten (http://www.theepochtimes.com/n3/819329-mathematicians-say-its-  probable-that-alien-probes-have-reached-earth/).  Arwen Nicholson en Duncan Forgana zeiden daarbij ook, dat het niet alleen mogelijk is dat BuitenAardsen ons zonnestelsel met dergelijke  ruimtesondes zouden kunnen bereiken, maar dat zij dat al misschien een lange tijd geleden gedaan kunnen hebben. En dit zou nog gaande  kunnen zijn, met verscheidene BuitenAardse beschavingen, die tegelijkertijd ruimtesondes erop uit sturen.  Daarnaast kunnen deze ruimtesondes zo geavanceerd zijn, dat wij niet eens in staat zouden zijn ze te ontdekken. Omdat wij nog geen  ruimtesondes hebben gezien, zeiden de wiskundigen, betekent dat niet, dat ze nog niet zijn gearriveerd.  De monoliet uit Arthur C. Clarke's "2001 A Space Odyssey" (Het plaatje is tegelijkertijd ook een verzinnebeelding van de kloof tussen de intelligentie van de mens en die van de maker van deze ruimtesonde, K.D.) Volgens Albert Einstein's relativiteitstheorie is het onmogelijk om sneller te reizen dan de snelheid van het licht en dit heeft sommigen er toe gebracht zich af te vragen hoe  BuitenAardsen onze planeet zouden kunnen bereiken binnen een redelijke tijdsperiode, als zij zoveel lichtjaar ver weg leven.  Sommige wetenschappers zijn Einstein's relativiteitstheorie begonnen te betwijfelen, hoewel het nog altijd de heersende matrix verschaft voor het begrijpen van kosmische  beweging. Maar zelfs binnen de grenzen van deze theorie kan ruimtereizen veel sneller gaan dan voorheen gedacht, zeiden de onderzoekers.  Nicholson en Forgana theoretiseren dat ruimtesondes zichzelf rond kosmische lichamen slingeren, gebruikmakend van de zwaartekracht van deze lichamen. Deze slinger-  manoeuvre, gecombineerd met een mogelijkheid tot zelf-copiëring, kunnen, volgens hun berekeningen, BuitenAardse beschavingen de mogelijkheid bieden om de gehele  Melkweg binnen 10 miljoen jaar te onderzoeken, zonder sneller te gaan dan het licht. De sondes zouden in feite maar met 10 procent van de snelheid van het licht hoeven  te gaan om dit te volbrengen.  Het mag erop lijken dat 10 miljoen jaar nog altijd een compleet onredelijke tijdsduur is, maar de enormiteit van de melkweg en de grote tijdsspanne van de gehele  kosmische geschiedenis in aanmerking nemend, is het in werkelijkheid zeer kort.  De twee professoren bouwden hun theorie op het werk van wis- en natuurkundige John Von Neumann, die als eerste het model van zichzelf-replicerende machines  veronderstelde in de 1940-er jaren. Het concept van de zelf-replicerende, Voyagerachtige-sonde volgt het idee dat een sonde naar een ver sterrestelsel wordt gezonden en  daar eenmaal aangekomen de nodige grondstoffen verzamelt, die nodig zijn om een andere sonde te construeren. Als de nieuwe sonde gereed is, zal dat naar een ander  systeem verder gaan, terwijl de "ouder"-sonde op haar bestemming blijft en haar missie voltooit.    Op 18 juli 2013 meldde de webplek "Independent" in een artikeltje door Rob Williams hierover:  Zichzelf-replicerende BuitenAardse ruimtesondes zouden al in ons zonnestelsel kunnen zijn, zeggen wiskundigen  Wiskundigen analyseerden de mogelijkheid … of BuitenAardse rassen de zwaartekracht van sterren zouden kunnen hebben gebruikt om er ruimtesondes om heen te  slingeren om de snelheid te vergroten: Een techniek die mensen al toepassen voor sondes, zoals de Voyager. Onderzoekers van de universiteit van Edinburgh hebben  gezegd dat "zichzelf-replicerende" robot-ruimtesondes van BuitenAardse beschavingen al gearriveerd zouden kunnen zijn in ons zonnestelsel.  De ruimtesondes, waar de wiskundigen Duncan Forgan en Arwen Nicholson naar verwezen in hun verhandeling: "Slingshot Dynamics for Self Replicating Probes and the  Effect on Exploration Timescales" (Slinger-dynamica voor Zelf-Replicerende Ruimtesondes en het Effect op OnderzoeksTijdschalen), kunnen zo hoog-technologisch zijn,  dat zij onzichtbaar zijn voor menselijke wezens, zeiden de onderzoekers. De twee wiskundigen analyseerden de mogelijkheid dat sondes door de ruimte kunnen reizen in  een studie gepubliceerd in het "Journal of Astrobiology".  De onderzoekers analyseerden ook hoe een vloot van sondes zichzelf zouden kunnen repliceren en nieuwe versies van zichzelf zouden kunnen bouwen van stof en gas,  terwijl zij door de ruimte reizen. Dr. Forgan zei: "Het feit dat we geen sondes van dit type hebben gezien, maakt het moeilijk te geloven dat ruimtesonde-bouwende  beschavingen hebben bestaan in de Melkweg in de laatste paar miljoen jaar." … De wetenschappers zeiden: "We kunnen concluderen dat een vloot van zichzelf-copiërende  sondes inderdaad de Melkweg in een tamelijk korte tijd kunnen onderzoeken... ordes van grootte minder dan de leeftijd van de Aarde."  Het onderzoek sluit aan op dat van Jacob Haqq-Misra, die in 2011 suggereerde dat BuitenAardse objecten al in ons zonnestelsel zouden kunnen bestaan zonder dat wij dat  weten - omdat we er niet hard genoeg naar gezocht hebben.  http://www.independent.co.uk/news/science/self-replicating-alien-space-probes-could-already-be-in-our-solar-system-say-mathematicians-8716853.html  Berekende wetenschap en waargenomen wetenschap  Prachtig niet, hoe wetenschappers met allerlei theorieën en berekeningen kunnen komen over de mogelijkheid dat BuitenAardse beschavingen  niet alleen bestaan, maar ons ook al met tenminste hun ruimtesondes bereikt kunnen hebben? Hier boven hebben we in totaal 5  wetenschappers, die dit stellen in drie los van elkaar staande onderzoeken (N.B.: Voor het artikel van Jacob Haqq-Misra, verwijs ik naar zijn  webplek op: http://haqqmisra.net/research/).  Maar is het vervolgens niet verbijsterend dat èchte wetenschappers mensen, met onverklaarbare U.F.O.-ervaringen, desondanks nog altijd niet  serieus nemen? Veel wetenschappers accepteren eerder en blijkbaar liever dat ruimtesondes zo geavanceerd zijn, dat wij mensen ze niet  kunnen detecteren met onze zintuigen en zelfs niet met de daarop gebaseerde technologische orgaanprojecties, zoals ruimtetelescopen,  radiotelescopen enzovoorts. Velen van hen accepteren nog minder de mogelijkheid dat niet alleen ruimtesondes, maar ook BuitenAardsen zelf,  niet alleen ons zonnestelsel, maar ook onze planeet al hebben bezocht en nog altijd bezoeken.  Naast onze onbetrouwbare zintuigen, moet dan trouwens ook onze "intelligentie" als onbetrouwbaar worden beschouwd. Zoals Arthur C. Clarke  ooit al zei: Elke voldoende geavanceerde technologie is niet te onderscheiden van magie. Ergo, Waar de menselijke intelligentie tekort schiet,  zijn er drie mogelijkheden: Of je gaat hetgeen je ervaart met je zintuigen proberen te begrijpen door het te onderzoeken en je komt tot  nieuwe kennis. Of je negeert het en dan blijft het magie. Of onze zintuiglijke waarneming plus onze intelligentie (waar onze huidige  technologische orgaanprojecties, zoals ruimtetelescopen, radiotelescopen enzovoorts onder vallen) tesamen kunnen daadwerkelijk letterlijk  niet ervaren, wat er wèl is. Het plaatje aan de start van dit artikel van de monoliet is de verzinnebeelding van de mens geconfronteerd met een  zo ver gevorderde technologie, dat hij geen enkel intelligent idee heeft wat hij met zijn zintuigen ervaart.  Welke schakel mist er in de hersenen van veel van de èchte wetenschappers tussen hun berekeningen van de werkelijkheid en de wijze waarop  zij zelf de werkelijkheid om hen heen wensen te ervaren? Want als je wel in een berekening gelooft en die vertrouwt, als die aangeeft dat er al  tenminste 1.000.000.000.000 BuitenAardse beschavingen in de kosmische geschiedenis kunnen zijn verschenen en dan nog altijd niet  accepteert dat zij zelfs al op Aarde geweest kunnen zijn en geen enkel vertrouwen stelt in wat miljoenen mensen hebben verteld te hebben  waargenomen en wat vele ufologen en andere onderzoekers hebben ontdekt, dan moet er toch wel één of ander stofje in je hersenen  ontbreken, niet?  Laat ik ook eens heel pessimistisch zijn, en wel over wat "intelligentie" genoemd wordt door èchte wetenschappers: Laat ik stellen dat van die  1.000.000.000.000 (1 biljoen) mogelijk ooit ontstane "intelligente" beschavingen er nog maar 0,1% over is, dan zijn dat nog altijd  1.000.000.000 (1 miljard) beschavingen. Laten we vervolgens stellen dat daarvan maar 0,1% zó "intelligent" blijkt, dat zij het universum  kunnen en willen verkennen, dan zijn dat nog altijd 1.000.000 (1 miljoen) beschavingen. En al zou er maar 0,01% van die 1 miljoen per  ongeluk richting de Aarde zijn gekomen, dan zijn dat er nog altijd 100.  Maar desondanks mag je als èchte wetenschapper nog altijd niet accepteren dat er 4 of 5 van die beschavingen de Aarde daadwerkelijk  hebben bereikt. Waarom? Omdat alleen berekeningen tot bewijzen leiden? Of om hetgeen Jacob Haqq-Misra zegt: Omdat we er niet hard  genoeg naar gezocht hebben? Is dat laatste niet precies wat de meeste èchte wetenschappers nog altijd weigeren.  Omhoog