ELKE MENS WORDT ALS CREATIEF GENIE GEBOREN  (Een-om-over-na-te-denken-artikel) Kees Deckers 11 maart 2018 In mijn jeugd hoorde of las ik nu en dan over zogenaamde "wonderkinderen". Heel jonge mensen, die bovenal kunde, maar ook kennis,  vertoonden, die ze volgens de vastgelegde en vastgestelde ideeën en geloven, de norm(aal)verdeling van de zogenaamde maatschappij nog  lang niet zouden moeten kunnen bezitten. Laat staan toepassen. Hedentendage zijn er, zo lijkt het althans, opeens veel meer van die jonge  mensen. Het wereldwijde internetweb verspreidt vele videootjes van piano-, drum-, gitaar-, zang-, dans- en vioolvirtuose kinderen, met  leeftijden van 3 tot en met 12 en wat meer jaar. Jongens. En ja!, óók meisjes. En regelmatig verschijnen er artikeltjes over jonge  rekengenieën, uitvindsters en kinderen die vreemd genoeg altijd worden vergeleken met ene Einstein. Nieuwetijds- en spiritualistische  gelovers en denkers beweren al decennialang, dat de nieuwgeboren generaties kinderen intelligenter, paranormaler en gevoeliger zijn dan die  van 20, 30, 40 en meer jaren geleden. Dit op grond van de theorie en het geloof dat het bewustzijn van de mens naar een "hoger" plan of  een "hogere" frequentie aan het verschuiven is. Ouders en anderen noemen kinderen, die dit zogenaamd verhoogde bewustzijn ten toon  spreiden, ondermeer sterrezaden, sterrekinderen, indigo- en kristalkinderen.  Is het inderdaad een feit dat veel kinderen van de laatste decennia gevoeliger, intelligenter en begaafder zijn, dan de kinderen van de  vroegere generaties? In dit artikel zal ik een andere theorie voorleggen. Een theorie, ondermeer gebaseerd op een door enkele  wetenschappers ontwikkelde creativiteitstest, in eerste instantie bestemd voor de N.A.S.A. (National Aeronautics and Space Administration).  Maar later ook toegepast op kinderen vanaf 5 jaar en ouder. De resultaten geven aanleiding tot een heel ander beeld. Een beeld, dat eens  daadwerkelijk doordacht dient te worden. En een beeld, dat er vervolgens ook om vraagt, om er eens naar te gaan handelen.  Kunde, kennis en toegang tot informatie  Bij zogenaamde wonderkinderen en bij al die nieuwe en "verbeterde" of "betere" kinderen van de laatste generaties gaat het vooral om  kennis en kunde. Hoewel dat laatste vaak ondergeschikt wordt gemaakt aan het eerste. Want tenslotte: Kennis is Macht. Kennis zou echter  logisch gezien minder bij heel jonge mensen al kunnen bestaan dan kunde. Waarom? Omdat kunde om de vaardigheid en behendigheid (ook  wel (be)handigheid) van het eigen lichaam vraagt. De kunde van de armen en de benen, de handen en de voeten, de vingers en de tenen,  het hoofd en de romp en van de 6 zintuigen, waaronder het evenwichtszintuig. Terwijl kennis om informatie vraagt. Informatie over allerlei  onderwerpen, die alleen via zogenaamde informatiedragers beschikbaar wordt gesteld. En daarin ligt ook meteen het meest waarschijnlijke  antwoord op zowel wonderkinderen als indigokinderen.  Informatie kon vóór de opkomst van het wereldwijde internetweb en de daaraan verbonden persoonlijke   informatiedragers oftewel informatiemedia, alleen verkregen worden via boeken, kranten en andere tijdschriften, radio  en televisie. En dan natuurlijk via de opvoeding door de ouders, door anderen en via het onderwijs. Deze laatste drie  zijn in feite de allereerste informatiedragers en -media van opgroeiende kinderen. Onderwijs, en in mindere mate ook  opvoeding, als informatieoverbrengers waren en zijn er nog altijd op gericht om de eerste kennis- en kunde-informatie  over te brengen. Informatie, die be-paald en be-perkt wordt door de norm(aal)verdeling van de maatschappij, beter is  trouwens de term meetschappij. De meest directe opvoeders, meestal de ouders, hielden zich of heel strak aan de  regels en wetten van de meetschappij met betrekking tot de opvoeding van hun kinderen. En slechts enkelen lieten  hun kinderen juist heel vrij. Sommige ouders en anderen zochten of creëerden zelfs andere vormen van onderwijs om  die vrijheid van kundigheid en kennis leren van hun kinderen zo breed mogelijk te maken. Maar die waren altijd in de  minderheid. En die vrijheid bleef toch altijd binnen de norm(aal)verdeling oftewel de wetten en regels van de  meetschappij en vielen meestal onder de "uitzonderingen" en "uitzonderlijken". Dit is nog altijd gaande. Een voorbeeld  hiervan is de zogenaamd “vrijeschool” of “steinerschool”, gebaseerd op de anthroposofische opvattingen van Rudolf  Steiner (internetreferentie (11-03-18): https://nl.wikipedia.org/wiki/Vrijeschoolonderwijs). De eerste in Nederland  werd opgericht in Den Haag in 1923.  De andere informatiemedia waren vóór de start van de persoonlijke computer en het daaraan verbonden wereldwijde internetweb slechts  éénrichtingsverkeer-informatiemedia. Dat wil zeggen informatie werd door anderen aangereikt, maar de individuele mens en met name de  kindmens kon nauwelijks tot niet zelf beslissen welke informatie zij wilde halen. Dat werd nog eens zeer sterk bemoeilijkt door het feit, dat  het kindmens ook niet eens weet had wat voor soorten en vormen van informatie er bestonden. Daarbij waren boeken en gespecialiseerde  tijdschriften vaak nauwelijks beschikbaar en binnen de meeste gezinnen vaak heel schaars. De lokale boekhandels en de dorps- en  stadsbibliotheken waren qua informatie niet altijd overweldigend. En kranten en andere tijdschriften, radio en televisie mochten dan enige  algemene informatie aanbieden, maar gaven zeker geen gedetailleerde oftewel sterk specialistische informatie over de relativiteitstheorie,  over de aandrijving van brommers en auto's tot raketten, over filosofie, theologie, culturele anthropologie, over het leven in andere landen,  over de problemen op Aarde enzovoorts enzovoorts. En daarbij kwam nog, dat door het éénrichtingsverkeer van informatie kinderen en zelfs  volwassenen over het algemeen alleen zogenaamd "verzuilde informatie" konden krijgen of mochten inzien. Dat wil zeggen informatie, sterk  gebonden aan en sterk be-paalt en be-perkt, oftewel gekleurd, door het godsgeloof en de politiek van ouders, van familie, van buurten en  andere leefgemeenschappen en van het zogenaamd "eigen" land.  Een gevolg van de eigen computer en het daaraan verbonden wereldwijde internetweb is, dat deze verzuiling nauwelijks tot niet meer te  handhaven is, wat ouders, onderwijsgevers en anderen ook proberen. Televisie heeft als informatiemedium daartoe ook wel bijgedragen, toen  van alleen televisie in de avonduren televisie een 24-uur-per-dag-en-7-dagen-per-week-fenomeen werd. En toen het aantal televisienetten  van één, naar twee en tenslotte talloze toenam. Maar vóór die tijd mochten jonge kinderen volgens de norm(aal)verdeling misschien hooguit  een uurtje televisie kijken per dag. En alleen naar programma's, ook nog eens speciaal gericht op hen. En ja, ook zeer zeker weer doelbewust  gericht op godsgeloof, politiek en geloof in het "eigen" land. Nog altijd bestaan de meeste televisiezenders uit verschillende, zoveel mogelijk  gescheiden zuilen. Een verschijnsel dat de eigen computer en het wereldwijde internetweb vooralsnog niet echt kent. Overdag werden  kinderen geacht of op school te zitten of buiten te spelen. En vooral veel bezig te zijn met sport. Kinderen, die binnenshuis bleven zitten met  hun neus in boeken, waren eigenlijk niet echt (de) norm(aal). En 's avond's hoorden zij zo vroeg mogelijk in bed te liggen. In de zogenaamd  Nederlandse meetschappij was dat rond 19:00 uur.  Als gevolg daarvan leek toendertijd het "wonderkind" dan ook een heel bijzonder en uniek verschijnsel te zijn. Een verschijnsel van  "exceptionele" mensen. Of anders gezegd: De uit(-er-boven-uit)schieters, de uitblinkers. Of nog anders gezegd: Extreme kinderen, kinderen  die ver van de norm(aal)verdeling van de meetschappij afwijkten. En dat ook nog eens mochten. Want bij ontdekking werden zij veel sterker  aangemoedigd dan andere kinderen om toch maar zo door te gaan.  De bevoor(oor)deling van mannetjes- boven vrouwtjesmensen  Tegelijkertijd ervoer ik gedurende mijn middelbare school-periode een ander (be)merk(ens)waardig fenomeen. Ik heb 8 jaar over het  zogenaamde V.W.O. gedaan, de laatste klas, heb ik tweemaal herhaald. V.W.O. staat voor Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs, maar  ik maakte, omdat ik nu eenmaal een hekel heb aan afkortingen, daar ook wel Voortgezet Wetenschappelijk Onderwijs van. Wat mij opviel, en  waar niemand anders schijnbaar aandacht aan besteedde, was het feit, dat zowel in de klassen van het Voorbereidend Wetenschappelijk  Onderwijs als in die van het Gymnasium, veel meer meisjes dan jongens zaten. Ik begon mij  de jaren daarna af te vragen, waar of al die jonge vrouwen bleven. Want ze waren nauwelijks  te vinden in allerlei zogenaamde "topfuncties". Het antwoord? Juist! Ze werden geacht de  onbetaalde functie van huisvrouw en moeder op zich te nemen. En hooguit een mannetje te  trouwen, die zij dan met hun gelijke en soms zelf meerdere kennis met raad en daad terzijde  moesten staan, om vooral toch zìjn kennis en zìjn kunde beter te doen schijnen (in beide  betekenissen van dat woord). Of ze mochten hooguit in zogenaamd niet-productief genoemde  verzorgende beroepen gaan werken. Als er trouwens iets is dat productief is, dan is dat juist  verzorging. En het zijn de vrouwen, die de kinderen "produceren". Maar nog altijd is deze  norm(aal)verdeling een voortwoekerende norm(aal) op veel plekken op de Aarde.  Vreemd genoeg heb ik in al de tijd van mijn jeugd en zelfs daarna weinig gehoord over  vrouwelijke wonderkinderen. Hoewel? Vreemd? Nee, eigenlijk niet, dus. Tenslotte werden  jongetjes wel aangemoedigd en/of gedoogd om aan brommers en auto's te sleutelen. Om van  alles en nog wat te slopen om te zien hoe of het in elkaar zit. Om kennis- en kundeboeken te  lezen. En om buitenshuis bezig te zijn. Tot zelfs het doen van uitvindingen, zelfs als dat een "nucleaire reactor in vader's schuur" is  (http://trib.com/lifestyles/home-and-garden/teen-makes-nuclear-reactor-in-dad-s-shed/article_e9576aa3-9df4-550a-9778-  29c4843104ed.html). In die zin zijn mannetjesmensen al eeuwenlang veel vrijer geweest, tot het maken van eigen keuzes met betrekking  tot hun werk en hun doel in het leven. Er bestaat een "Lijst van wonderkinderen" door de eeuwen heen op de Engelstalige Wikipedia. Deze  lijst begint met de volgende verklaring:  In de onderzoeksliteratuur van de psychologie wordt de term wonderkind gedefinieerd als een persoon onder de leeftijd van 10 jaar, die een  betekenisvolle opbrengst  produceert in één of ander domein* op het niveau van een volwassen presteerder. Wonderkinderen zijn zeldzaam, in sommige domeinen zijn er helemaal geen wonderkinderen.  Wonderbaarlijkheid in de kindertijd voorspelt niet altijd uitmuntendheid in de volwassenheid. De personen, die hier zijn opgesomd, zijn tot de lukrake aandacht gekomen uit  historisch en hedendaags nieuws en representeren waarschijnlijk niet de typische ervaring van een wonderkind. Internetreferentie (08-03-18): https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_child_prodigies (* Een ander woord voor de term domein is specialisatie, K.D.) De laatste zin is een heel terechte opmerking. Zo geeft de lijst als gevolg van tijd en plaats, dat wil zeggen politiek, cultuur, godsgeloof en  kapitalistische economie een volkomen vertekend beeld van de hoeveelheid mannelijke wonderkinderen ten opzichte van de vrouwelijke door  de eeuwen heen. En de hoeveelheid nooit opgemerkte wonderkinderen is in feite volkomen onberekenbaar. En dat wordt steeds meer  onberekenbaar, des te verder wij terugkijken in de geschiedenis van de mens. Hoeveel wonderkinderen er zijn geweest? Wie zal het zeggen?   Exceptionaliteit of lullificatie  Maar misschien is het zelfs volkomen anders. Misschien zijn er wel nooit wonderkinderen oftewel excepties op de regel en de  norm(aal)verdeling geweest (evenmin als dat de Verenigdse Staten van Noord-Amerika "exceptioneel" is, hoewel veel Noord-Amerikanen het  geloof blijven proberen te verkopen, dat hun land als enige exceptioneel is van een totaal van ongeveer 200 landen). Dat blijkt ondermeer uit  onderstaand artikel, dat eind 2017 verscheen op de webplek "Ideapod":  We worden geboren als creatieve genieën en het onderwijssysteem verdomt1 ons, volgens N.A.S.A.-wetenschappers Door Coert Engels - 16 december 2017  Bij "TEDxTucson" dropte dr. George Land een bom, toen hij zijn publiek vertelde over het schokkende resultaat van een creativiteitstest ontwikkeld voor N.A.S.A., maar  vervolgens toegepast om schoolkinderen te testen (zie de volledige video hieronder).  N.A.S.A. had contact opgenomen met dr. George Land en Beth Jarman om een hoog gespecialiseerde test te ontwikkelen, die hen het middel zou geven om het creatieve  potentieel van raketwetenschappers en -ingenieurs effectief te meten. De test bleek zeer succesvol te zijn voor de doeleinden van N.A.S.A., maar de wetenschappers bleven  met enkele vragen zitten: Waar komt creativiteit vandaan? Worden sommige mensen er mee geboren of wordt het geleerd? Of komt het voort uit onze ervaring? De  wetenschappers gaven de test daarop aan 1.600 kinderen tussen 4 en 5 jaar oud. Wat zij vonden, schokte hen. Dit is een test, die kijkt naar de kundigheid om met nieuwe,  verschillende en vernieuwende ideeën voor problemen te komen. Welk percentage van deze kinderen, denkt u, vielen in de genie-categorie van fantasie2 en  voorstellingsvermogen? Een volle 98 procent!  Het wordt interessanter Maar dit is niet het echte verhaal. De wetenschappers waren zo verbijsterd, dat zij besloten er een longitudinale studie3 van te maken en testten de kinderen vijf jaar later  opnieuw, toen zij 10 jaar oud waren. Het resultaat? Slechts 30 procent van de kinderen viel nu in de genie-categorie van fantasie en voorstellingsvermogen. Toen de kinderen  op 15-jarige leeftijd werden getest, was dit percentage teruggevallen tot 12 procent. Wat met ons, volwassenen? Hoevelen van ons zijn nog altijd in verbinding met ons  creatieve genie na jaren van onderwijs en scholing? Triest genoeg, slechts 2 procent.  En voor hen, die de consistentie van de resultaten betwijfelen - of die menen dat het slechts geïsoleerde gebeurens betreft - deze  resultaten zijn daadwerkelijk meer dan een  miljoen keer herhaald, rapporteert Gavin Nascimento, wiens artikel mij als eerste wees op deze verbazingwekkende studie en haar schokkende betekenis: Dat het  schoolsysteem, onze vorming, ons berooft van ons creatieve genie.  "De redenering hiervoor is niet al te moeilijk om te begrijpen; school, zoals we het gewoonlijk noemen, is een instituut, dat historisch is ingesteld om uiteindelijk de  behoeften van de regerende klasse te dienen, niet die van het gewone volk. De zogenaamde elite begrijpt dat, om hun verspillende levensstijlen van openlijke luxe te kunnen  handhaven - waarbij zij het minste bijdragen maar het plezier ervan hebben -  kinderen dom gemaakt moeten worden en gehersenspoeld om hun roofzuchtige systeem van  kunstmatige schaarste, eindeloze uitbuiting en onophoudelijke oorlog te accepteren (en zelfs te dienen)," schrijft Nascimento.  Wat nu? Kunnen we onze creativiteit herstellen? Land zegt, dat we de kundigheid bezitten om op 98 procent te zijn, als we dat willen. Van wat zij vonden in de studies met kinderen en hoe de hersenen werken, zijn er twee  soorten van denken, die plaatshebben in het brein. Beide gebruiken verschillende delen van de hersenen en het is een totaal verschillend soort van paradigma4 in de betekenis  van hoe het iets vormt in onze geest.  De ene soort wordt divergent5 genoemd - dat is fantasie en voorstellingsvermogen, gebruikt voor het genereren van nieuwe mogelijkheden. De andere soort wordt  convergent6 genoemd - dat is wanneer je een oordeel velt, wanneer je een besluit maakt, wanneer je iets probeert, wanneer je bekritiseert, wanneer je evalueert. Dus  divergent denken werkt als een versneller en convergent denken remt onze beste pogingen af. "We ontdekten, dat wat er gebeurt bij deze kinderen, terwijl we ze  onderwijzen, is dat we ze leren om beide soorten denken tegelijkertijd toe te passen", zegt Land. Wanneer iemand je vraagt om met nieuwe ideeën te komen, als je dan  daarmee komt, is, wat je voornamelijk leert op school, om onmiddelijk te kijken en denken: "We hebben dat al eerder geprobeerd", "Dat is een dom idee", "Het zal niet  werken" enzovoorts. Dit is het punt (waar het omgaat, K.D.) en dit is wat we moeten stoppen te doen:  "Wanneer we daadwerkelijk in de hersenen kijken, zien we dat neuronen elkaar bevechten en daadwerkelijk de kracht van de hersenen verminderen, omdat we voortdurend  oordelen, bekritiseren en censureren," zegt Land. "Wanneer we uit angst handelen, gebruiken we een kleiner deel van de hersenen, maar wanneer we creatief denken (en  VOELEN)7 toepassen, lichten de hersenen gewoon op."  Wat is de oplossing? We moeten die 5-jarige weer vinden. Die kundigheid, die wij als 5 jaar oud mens bezaten, verdwijnt nooit. "Dat is iets, dat je elke dag oefent, wanneer je droomt," herinnert  Land ons. Hoe kun je die 5-jaar oude mens terugvinden?  Internetreferentie (02-03-18): https://ideapod.com/born-creative-geniuses-education-system-dumbs-us-according-nasa-scientists/     Omhoog           Volgende pagina