De Nederlandstalige Wikipedia heeft ook een artikel over werken. Hierin staat ondermeer:  Werken (arbeid) Werken is het aanbrengen van wenselijk geachte veranderingen in de omgeving door menselijke activiteit. Werk kan zowel lichamelijk als geestelijk zijn.  In economisch verband spreekt men van arbeid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen betaald en onbetaald werk. Onbetaald werk voor derden waarbij geen sprake is  van dwang wordt vrijwilligerswerk genoemd. Onbetaald werk voor derden waarbij wel sprake is van dwang wordt slavernij genoemd. Arbeid bij mensen jonger dan  12 jaar wordt kinderarbeid genoemd.  Internetreferentie (07-02-13):  http://nl.wikipedia.org/wiki/Werken_%28arbeid%29  In de eerste zin van dit citaat wordt werken, arbeid be-paald en be-perkt tot "het aanbrengen van wenselijk geachte veranderingen in de  omgeving door menselijke activiteit". Daaruit zou dus geconcludeerd kunnen worden dat wenselijk geachte veranderingen in de mens zelf  door menselijke activiteit geen arbeid is. Dus de ziekenverzorgster werkt niet, de neuroloog werkt niet, de huisarts werkt niet, de psycholoog  werkt niet, de fysiotherapeut werkt niet enzovoorts. Volgens de opmerking daarna, is "(i)n economisch verband" alleen lichamelijk en  geestelijk werk gericht op "het aanbrengen van wenselijk geachte veranderingen in de omgeving door menselijke activiteit" arbeid. De term  arbeid wordt hier dus nog veel verder verengd dan we al hebben gezien bij het artikeltje getiteld: Arbeid (economie) op de Nederlandstalige  Wikipedia. Vervolgens wordt bij vrijwilligerswerk gesteld dat het onbetaald werk voor derden is, waarbij geen sprake is van dwang. Waarom  de frase "voor derden" is toegevoegd kost even nadenken, tot we ons realiseren dat alle werk voor eigen levensonderhoud en dat van directe  gezins- en familieleden in de verengde ideeën van wetenschappers, politici en werkgevers, hoewel vrijwillig, geen werk is. Arbeid wordt pas  arbeid als men het doet voor een ander buiten de grens van het eigen huishouden.  Ook voor de term vrijwilligerswerk heeft de Nederlandstalige Wikipedia een artikeltje:  Vrijwilligerswerk  Vrijwilligerswerk kent geen eenduidige definitie. Wel kan er gezegd worden dat vrijwilligerswerk altijd vier componenten bevat. Het is het geheel van activiteiten die  op vrijwillige basis worden uitgevoerd, zonder financiële vergoeding (buiten eventuele onkostenvergoedingen), in georganiseerd verband en met een maatschappelijk  doel en voor anderen, hetzij individuen, groepen of de samenleving in haar geheel (maar zonder familieband, zie hiervoor mantelzorg).  ... Sinds de industriële revolutie is het begrip 'arbeid' of 'werk' sterk verengd naar 'betaalde arbeid'. Vormen van niet-betaalde arbeid schoven naar de achtergrond of  werden uitgesloten: vrijwilligerswerk, huishoudelijke arbeid, niet-marktgerichte en/of niet-winstgevende arbeid, en alle inofficieel betaalde arbeid of werk.  Aan het einde van de twintigste eeuw is vrijwilligerswerk weer opgewaardeerd, weliswaar veeleer als een economisch verantwoord alternatief dan als een  uitdrukking van gemeenschaps- en burgerzin. Zo worden vrijwilligers in de hulpverlening ingeschakeld als goedkope ervaringsdeskundigen die de cliënt vanuit hun  persoon benaderen. ... Internetreferentie (09-02-13):  http://nl.wikipedia.org/wiki/Vrijwilligerswerk  Hoewel het woord vrijwillig betekent dat een mens vanuit zijn eigen vrije wil iets doet, wordt door de wetenschappers, politici en werkgevers  ook de term vrijwilligerswerk verengd en aan banden gelegd. Dat begint al met de "vier componenten" die vrijwilligerswerk "altijd" bevat.  Merkwaardig te noemen is de schijnbaar altijd nodige component "in georganiseerd verband". Eén mens, die dus uit zichzelf en kosteloos de  hele straat sneeuwvrij maakt, doet dus geen vrijwilligerswerk, want het is niet in georganiseerd verband. Eén mens, die voor een derde, zijn  buurman, boodschappen doet, doet dus geen vrijwilligerswerk, want het is niet in georganiseerd verband. Enzovoorts. Door het toevoegen  van die component "in georganiseerd verband", krijgen wetenschappers, politici en werkgevers een greep op wat wel vrijwillig is en wat niet  en daarmee wordt in feite slavernij, wat in het artikel over werken "(o)nbetaald werk voor derden waarbij wel sprake is van dwang" wordt  genoemd, meer en meer omzeild. Want we kunnen ons afvragen wie straks bepaalt wat vrijwillig werk is, de mens zelf of een ander, die er  niet voor wil betalen, maar het wel even wil organiseren, tegen betaling natuurlijk. Evenals we ons kunnen afvragen wie bepaalt wàt de  "wenselijk geachte veranderingen in de omgeving" zijn, die in de definitie van werken staat in het artikeltje: Werken (arbeid). En kijk eens  hoe in het verdere artikel over vrijwilligerswerk opeens de aap uit de mouw komt over de verenging van arbeid tot alleen betaalde arbeid,  totdat... vrijwilligerswerk als onbetaalde of tenminste goedkope, "georganiseerde" arbeid weer als arbeid in ere wordt hersteld.  Zo knutselen en kunstelen wetenschappers, politici en werkgevers voort-durend aan de daadwerkelijke betekenis van arbeid, die uit de  natuurkunde, die stelt dat elke verandering, elke beweging arbeid is, om zo de verengde betekenis van arbeid te krijgen, die hen in  economisch opzicht het meeste oplevert. Als het niet zo kleinzielig was, zou het grappig te noemen zijn dat wetenschappers, politici en  werkgevers zo naarstig proberen een wig te drijven tussen natuurkundige arbeid en economische arbeid. Het woord economie komt namelijk  uit het Grieks en betekent letterlijk:  De benaming 'economie' komt van het Griekse woord oikos (...), dit betekent huis en nomos (...), dit betekent regel. Letterlijk betekent het dus huishoudkunde. In de  meest ruime betekenis bestudeert deze wetenschap, hoe de mens met schaarse middelen handelt om zijn behoeften te bevredigen.  Internetreferentie (12-02-13):  http://nl.wikipedia.org/wiki/Economie  Maar wat wetenschappers, politici en werkgevers steeds proberen te doen is een deel alle menselijke arbeid buiten de eigen woonstee en  buiten het eigen huishouden te plaatsen en dat als een kanker te laten uitgroeien tot de zogenaamd énige èchte arbeid. Als het gezin  daadwerkelijk de hoeksteen is van de samenleving zoals al heel lang gepropageerd is en nog altijd gepropageerd wordt, waarom wordt alle  arbeid voor levensonderhoud binnen dat gezin, gedaan door alle leden van dat gezin, dan niet betaald? Het is allemaal arbeid, dat niet alleen  van essentieel belang is voor het eigen levensonderhoud, maar ook voor alle verengde, betaalde arbeid buiten de kleine omgeving van het  gezinshuishouden. De huishoudkunde = economie van het eigen gezinshuishouden is van essentieel belang voor de huishoudkunde =  economie van een totale samenleving zoals een land en is uiteindelijk zelfs van essentieel belang voor de huishoudkunde = economie van  onze gehele planeet, de Aarde.  Nogmaals, politici, werkgevers en wetenschappers proberen dus voort-durend de betekenis van werk, arbeid terug te brengen tot een heel  sterk verengde, be-paalde en be-perkte betekenis, tot alleen activiteiten die de mens voor anderen, beter gezegd voor derden doet, en  waarvoor meestal wordt betaald of beloond. Alle andere arbeid, die de mens voor zijn eigen levensonderhoud en dat van zijn directe familie  doet wordt door hen niet beschouwd als werk.  Maar tegelijkertijd is letterlijk àlle levensonderhoud van enorm belang om die sterk verengde, betaalde arbeid mogelijk te maken en in stand  te houden. In feite is betaald werk, betaalde arbeid niet meer dan klein deel van het eigen levensonderhoud dat verschoven of verplaatst is.  Vaak letterlijk naar een andere locatie, om daarmee een letterlijke grens tussen dat deel van het eigen levensonderhoud en alle andere  levensonderhoud te plaatsen en zo te proberen die twee letterlijk van elkaar te scheiden. Zo werkt een mannelijke mens wèl, want hij doet  een deel van zijn arbeid voor levensonderhoud op een letterlijk andere locatie dan de plek waar de meeste andere arbeid voor het  levensonderhoud, de eigen woning, plaatsvindt en waarvoor niets betaald wordt. En een vrouwelijke mens werkt niet, hoewel zij alle arbeid  voor het levensonderhoud in de eigen woning doet, niet alleen voor het levensonderhoud van zichzelf, maar ook voor dat deel van het  levensonderhoud van de mannelijke mens, dat die niet zelf op die andere locatie kan noch mag doen. Dat doen vrouwen al eeuwenlang  verplicht. Maar omdat het in eerste instantie niet "voor derden" is, is het geen slavernij. En daar waar die verplichting zogenaamd is  opgeheven en de mannelijke mens bijvoorbeeld van rol is gewisseld met de vrouwelijke mens of het betaalde werken op andere locaties met  haar deelt, vindt nog altijd dezelfde scheiding plaats tussen onbetaalde arbeid voor eigen levensonderhoud en betaalde arbeid voor anderen.  Zolang je niet die grens overschrijdt van arbeid doen op een letterlijk andere locatie en zolang je daarvoor niet betaald krijgt, werk je heel  eenvoudig niet volgens de sterk verengde definitie van het woordje arbeid, verzonnen door wetenschappers, politici en werkgevers.  Het "menselijke energie"-gebruik en de betaling voor arbeid  Nogmaals, letterlijk alles wat een mens doet is arbeid. Bij elke beweging die zij maakt werkt zij, functioneert zij en gebruikt ze energie. Zoals  al gezegd, als een mens totaal geen bewegingen meer zou maken, dan is zij dood. Het energie-gebruik is dan 0. Er is een gemiddelde  hoeveelheid energie te berekenen dat een mens nodig heeft om haar leven zo gezond, prettig en lang mogelijk te kunnen onderhouden, voor  haar totale levensonderhoud van geboorte tot graf. Het is niet een gemiddelde alleen voor het totale leven van geboorte tot graf, maar van  daaruit ook voor een jaar, een dag en een uur. Ik noem dat het "menselijke energie"-gebruik. Ik stel dat op 1. Het is de gemiddelde  hoeveelheid energie, dat nodig is voor 1 leven, voor 1 totaal levensonderhoud.  Met betrekking tot het energie-gebruik van de mens en de betaling van arbeid of de beloning van werk zijn er twee vragen te stellen.  De eerste vraag is: Hoeveel energie kàn een mens in zijn betaalde werk stoppen? Het antwoord begint bij het door de wetenschap bewezen  feit, dat er uit een systeem - van een sterrenstelsel tot een machine tot een levend organisme tot een mens - nooit meer energie kan komen,  dan dat er wordt ingestopt. Dat is zelfs tot een natuurwet gemaakt. Elke mens kan dus slechts een bepaalde hoeveelheid energie in haar  betaalde werk stoppen en dat kan nooit meer zijn dan wat er in haar aanwezig is. Sterker nog, wil zij blijven leven en dat zo gezond mogelijk,  dan gaat alleen daar al heel wat energie aan op. Dus de energie, die een mens in haar betaalde werk kan stoppen is beperkt om twee  redenen. Ten eerste, omdat zij zelf slechts uit een beperkte hoeveelheid energie bestaat. En ten tweede, omdat zij haar energie, behalve voor  dat beloonde en betaalde werk, ook voor heel veel ander levensonderhoud nodig heeft. Gebruikt een mens teveel energie dan verliest haar  lichaam te veel energie om gezond, prettig en lang te kunnen blijven leven. Voor een beperkte periode is dat mogelijk, maar het is  onverstandig. En het moet dan ook zo snel mogelijk weer worden aangevuld.  Van het totale energie-gebruik dat de mens nodig heeft voor zijn levensonderhoud kan dus nooit alle energie gebruikt worden voor dat wat  wetenschappers, politici en werkgevers menselijke arbeid noemen. Dat weten ze ook verrekte goed. Daarom zijn er allerlei wetten en regels,  die stellen dat we bijvoorbeeld niet meer dan 8 uur per dag die verengde vorm van arbeid mogen verrichten en bijvoorbeeld tenminste één of  twee dagen per week die verengde vorm van arbeid niet mogen verrichten. Slechts een deel van de energie nodig voor het totale  levensonderhoud kan gebruikt worden voor betaalde arbeid, oftewel werk dat je voor een derde doet. Het totale energie-gebruik voor deze  verengde vorm van arbeid is dus altijd minder dan 1.  De tweede vraag is: Hoeveel energie wìl een mens in zijn betaalde werk stoppen? We hebben vastgesteld dat elke mens nooit meer energie in  haar betaalde werk kan stoppen dan dat er in haar aanwezig is en dat, omdat zij haar energie voor veel meer dan alleen betaalde arbeid  nodig heeft, zoals elke andere vorm van levensonderhoud, zij hooguit een deel van haar totale energie in het betaalde werk kàn stoppen, en  dat slechts voor een beperkte periode. Dus zelfs als zij 10, 100 of 1.000 maal zoveel er in wìl stoppen, dan is dat onmogelijk. De grenzen  voor beloningen zijn daarmee al vastgelegd door de beantwoording van de eerste vraag.   Maar de beantwoording van de tweede vraag heeft ook alles te maken met het gedrag van mensen. Het is dit gedrag, dat heeft geleid tot die  verengde betekenis van het woordje arbeid, waarop letterlijk elke mens wordt afgerekend. Kortom, ongeacht het soort betaald werk, zijn er  mensen wier gedrag er op gericht is om per uur zo weinig mogelijk energie in hun werk te steken. En zijn er mensen, die vanuit hun gedrag  per uur juist zoveel mogelijk energie in hun werk proberen te steken. Beiden gedragen zich dus onder andere minder of meer  verantwoordelijk en leveren daarmee minder of meer kwaliteit. Een groepering mensen kan als een samenleving beschouwd worden wanneer  ze samen-leven, samen-werken en samen-delen. Als samenlevende burgers verplichten we ons in een land er toe om ons verantwoordelijk en  kwalitatief goed te gedragen tegenover elkaar. Dat onderschrijven wij in de vorm van regels en wetten van een land en in de vorm van regels  en plichten van een beroep. We maken dus afspraken over het samen-leven en over het samen-werken. Zo mogen we bijvoorbeeld kwaliteit  en verantwoordelijkheid van elkaar verwachten als burgers van een land en als werknemers en werkgevers van een bedrijf. Op grond daarvan  werken we samen en leven we samen. We mogen dus verantwoordelijkheid en kwaliteit verwachten van iedereen, ongeacht het soort van  betaalde arbeid. Argumenten over meer verantwoordelijkheid en betere kwaliteit mogen daarom niet als middelen misbruikt worden om de  ene soort werk boven de andere te verheffen en tot een verzonnen "top" te maken.  In werkelijkheid kan de bankbaas-meneer net zomin zonder de arbeid en dus energie van de melkboer, de boer en de thuisverzorgster als  omgekeerd. Sterker nog, in principe kunnen die laatsten over het algemeen wèl zonder de arbeid en dus energie van de bankbaas-meneer. Er  is daarom geen enkele reden om een bankbaas-meneer op grond van zijn soort werk meer geld te geven dan een melkboer, een boerin en  een thuisverzorgster. Ze kunnen allen slechts een deel van de energie van 1 levensonderhoud, hun eigen levensonderhoud, in hun betaalde  werk en arbeid voor anderen steken. De breeduit glimlachende bankbaas-meneer kan nooit véél meer energie steken in zijn werk dan de  gemiddelde mens. Zelfs al zou hij dat willen om nòg meer kwaliteit te garanderen. Misschien dat hij nu en dan hooguit 1,5 maal zoveel  energie in zijn werk kan steken. Dus zou hij hooguit 1,5 maal modaal mogen verdienen. Dat is 33.000,- x 1,5 = 49.500,- euro. Maar vreemd  genoeg krijgt hij meer dan 11 maal zoveel.  Een basisinkomen op grond van een "menselijke energie"-gebruik-standaard  Terwijl er wel afspraken worden gemaakt over het samen-leven en het samen-werken, wordt er over het samen-delen altijd het minst  afgesproken of nagevolgd. Hoewel de meesten van ons wel te pas en te onpas de uitspraak "alle mensen zijn gelijkwaardig en zijn vrij"  gebruiken, is waar het in elke samenleving letterlijk altijd niet goed gaat, bij het samen-delen. Daar hebben wij, mensen, de grootste moeite  mee. Daarom doe ik het voorstel om ieder mens op Aarde een basisinkomen te geven. Een basisinkomen gebaseerd op het gemiddelde  "menselijke energie"-gebruik. En niet gebaseerd op alleen het energie-gebruik tijdens het zogenaamde betaalde werk, dus werk dat een  mens zogenaamd voor een ander doet, maar gebaseerd op het "menselijk energie"-gebruik van letterlijk alles, het "menselijk energie"-  gebruik tijdens èlk uur van een gemiddeld menselijk leven. Want tenslotte is leren op school ook werk dat ten goede komt aan de  samenleving. Evenals eten koken, sokken stoppen, een zieke verzorgen, een balletje trappen, opgroeien tot een verantwoordelijke en  kwaliteitsleverende mens enzovoorts. Er is allemaal energie voor nodig en het is allemaal arbeid.  In plaats van een goud-, olie-, CO2- of welke andere standaard buiten de menselijke energie zelf om, stel ik dus de "menselijke energie"-  gebruik-standaard voor. Daarop kan één basisinkomen worden vastgesteld en vastgelegd voor de mens op Aarde. Als we uitgaan van het  gemiddelde "menselijke energie"-gebruik van de mens voor haar totale levensonderhoud en dat als middel gaan gebruiken om elke mens  hetzelfde basisinkomen te geven, dan zou niet alleen de economie er wereldwijd vele malen beter voorstaan, maar ook ons zogenaamde  energie-probleem.  Elke mens krijgt dus een basisinkomen op grond van 1 levensonderhoud, wat staat voor letterlijk alle "menselijke energie"-gebruik van de  gemiddelde mens tijdens diens leven. Laten we dat inkomen als voorbeeld even op 33.000,- euro per jaar stellen, dus dat wat nu het  gemiddelde, ook wel modale inkomen in Nederland is. Iedereen kan dan met dit inkomen per jaar voor 1 levensonderhoud zijn totale leven  goed rondkomen. Dat wil zeggen zo lang mogelijk en zo prettig mogelijk leven.  Maar wat onmogelijk is, is dat er mensen zijn die meer inkomen nodig hebben per jaar, per dag en per uur dan nodig is voor 1  levensonderhoud. Er zijn geen mensen, die 10 maal of 100 maal de gemiddelde totale hoeveelheid "menselijke energie"-gebruik nodig  hebben. Er zijn namelijk geen mensen die 10 tot 100 maal meer "menselijke energie" in hun werk kunnen steken dan andere mensen. Want  dan zouden ze de wetenschappelijk bewezen geachte natuurwetten overtreden en übermenschen genoemd mogen worden. Übermenschen,  die de totale levensonderhoud-energie van 10 tot 100 mensen weten op te leveren. Het is daarom volkomen onterecht dat er mensen zijn,  die menen dat zij 10 tot 100 maal per uur meer moeten krijgen, dan anderen, ongeacht de soort werk.   Kortom, op grond van een dergelijke "menselijke energie"-gebruik-standaard zou de beloning van de nieuwe, breeduit glimlachende  bankbaas-meneer van de S.N.S. nooit 10 tot 15 maal het basisinkomen kunnen bedragen. Want het basisinkomen is dan gebaseerd op een  veel eerlijker energie-verdeling naar elkaar toe. Wat ook nog eens heel veel energie scheelt, dat nu verspild wordt aan kleinzielige gedrags-  en woordspelletjes over wat nu bijvoorbeeld wel arbeid is en wat niet en over hoe kwaliteit wel of niet afhankelijk is van de hoogte van een  beloning. En als de nieuwe, breeduit glimlachende bankbaas-meneer van de S.N.S. en die minister dan per se vinden dat zij toch meer  moeten hebben, dan niet meer dan 1,5 maal het basisinkomen.  Dat alles geldt natuurlijk ook voor de onderstaande, breeduit glimlachende mevrouw en haar vele familieleden:  Informatie van de webplek Loonwijzer.nl Internetreferentie (04-02-13): http://www.loonwijzer.nl/home Omhoog Vorige pagina