PROBLEMEN MET HET MEETINSTRUMENT MENS (IK) ALS MIDDELPUNT DEEL I - METEN IS WETEN IS LEVEN Kees Deckers Oktober 2012 De vervangingssystemen voor de Totale Werkelijkheid: Taal en Rekenen  De Mens (Ik) als MiddelPunt heeft twee overheersende systemen ontwikkeld om de glimpsen die hij ervaart van de Totale Werkelijkheid te  beschrijven en te begrijpen. De glimpsen, die hij ervaart, zijn ervaringen in zichzelf en in de eigen, directe omgeving in Al-het-andere. De  twee overheersende systemen zijn taal en rekenen. Het zijn beide symboolsystemen. Beide zijn ook wel vervangingssystemen te noemen.  Ze vervangen beelden van de ervaren werkelijkheid door verkorte weergaven, ook wel symbolen. Dit zijn in de taal onder andere  karakters, hiëroglyfen, letters, woorden en volzinnen. En in het rekenen zijn het ondermeer cijfers, getallen, formules en berekeningen.  Woorden en cijfers, definities en formules zijn dus onderdelen van symboolsystemen om de werkelijkheid om ons heen en in ons zo goed  mogelijk te beschrijven en daarmee te grijpen en te be-grijpen. Het zijn vervangingen voor die werkelijkheid, zodat er over nagedacht en  gesproken kan worden hoe we op die ervaren werkelijkheid kunnen reageren. Zelfs als wij die op dat moment niet daadwerkelijk ervaren.  Hoe beter de symboolsystemen de werkelijkheid beschrijven, des te beter we de werkelijkheid kunnen benaderen, begrijpen en zelfs  manipuleren, ten eigen gunste. Maar ze zullen nooit de totaliteit van de werkelijkheid, de gehele Totale Werkelijkheid kunnen beschrijven.  Het zullen altijd modellen blijven, sterk uitgeklede versies van de werkelijkheid. Het is daarom niet vreemd dat intuïtie en fantasie de  woorden en cijfers vaak ver vooruit zijn. Intuïtie en fantasie zijn directe beschouwingen en interpretaties van complete beelden, terwijl de  beide vervangingssystemen rekenen en taal die beelden eerst moeten omzetten naar en vervangen door de juiste symbolen om een  model, dus een incompleet beeld te creëren van hetgeen ervaren is. Vervolgens moeten die modellen gecheckt worden aan hetgeen  geobserveerd is als totaal en compleet beeld. Dat vraagt eenvoudig meer tijd. Een ander probleem van de beide systemen is dat zij niet in  één woord of volzin bijvoorbeeld het complete beeld van een schilderij kunnen symboliseren en navertellen. Dit valt evenmin met enkele  cijfers of één formule te berekenen. Ergo: Taal en rekenen zijn slechts zeer povere manieren om de werkelijkheid te beschrijven, laat  staan te begrijpen. Ze bieden slechts zeer be-perkte en be-paalde constructies en modellen van delen van de werkelijkheid. En daarin  schuilen, zeker bij ondoordacht gebruik ervan, allerlei onvoorziene gevolgen en gevaren.  Wat woorden en getallen gemeen hebben, is dat ze beide een symbolische voorstelling maken van de ervaren werkelijkheid. In die zin zijn  het beide systemen, die gebruik maken van vergelijken, afwegen, bijstellen, toevoegen enzovoorts om het beeld van de beleefde  werkelijkheid zo goed mogelijk te benaderen. Dat gebeurt door louter passen en meten. Zo worden op basis van passen en meten  definities en formules voort-durend aangepast en bijgesteld.   Op grond hiervan stel ik in dit artikel dat letterlijk alles wat de Mens (Ik) als MiddelPunt doet met zijn ervaringen en waarnemingen niet  meer is dan passen en meten. En dat ook zijn bedachte woorden evenals zijn bedachte getallen alleen maar met passen en meten te  maken hebben. Uit dat passen en meten komen uiteindelijk ook al onze waarderingen en normeringen voort. Wat wij als normaal  beschouwen, wat als afwijkend, en wat als extreem. Of het nu om godsdienstig, religieus, ideologisch, levensbeschouwelijk, politiek,  economisch of wetenschappelijk terrein gaat, letterlijk alles wordt door de Mens (Ik) als MiddelPunt gemeten en berekend. En al die  metingen en berekeningen, hoe complex ook, beginnen altijd weer bij die eenvoud van het idee van de Mens (Ik) als MiddelPunt.   Het doel: Zo lang mogelijk proberen te leven en voort te bestaan.  Meten is Weten is Leven  Zoals in het artikel "Alle metingen starten vanuit de Mens (Ik) als Middelpunt" staat, komen vanuit de nood-zaak voor de Mens (Ik) als  MiddelPunt om te kunnen overleven en voortbestaan metingen voort als positie en richting, afstand en tijd. Daarnaast komen uit deze  nood-zaak ook metingen met betrekking tot vorm, grootte, kleur, geur, tast, smaak, pijn, evenwichtsbepaling enzovoorts voort.  Kortgesteld, de Mens (Ik) als MiddelPunt leert meten met al zijn waarnemingstuigen oftewel zintuigen. Zelfs met betrekking tot pijn, leert  de Mens (Ik) als MiddelPunt tot hoever hij kan gaan.   Wel beschouwd zijn de menselijke waarnemingstuigen, sensoren of zintuigen slechts middelen om de eigen, directe leefomgeving en de  positie van het eigen lichaam daarin te meten en zo te begrijpen en te kennen. Die omgeving en dat eigen lichaam bevinden zich beide in  een vier-dimensionaal gebeuren, met drie ruimtelijke en één tijdsdimensie. Die dimensies zijn, zoals al gezien in het bovengenoemde  artikel, ook gebaseerd op metingen van de Mens (Ik) als MiddelPunt zelf. Het weten waar wat is in de eigen, directe leefomgeving ten  opzichte van het eigen lichaam en hoe beide, de directe, eigen leefomgeving en het eigen lichaam, zich tot elkaar verhouden gebeurt door  meten en door berekenen. Waar bevind ik mij in de drie dimensies van mijn directe, eigen leefomgeving? Hoeveel armlengtes is het naar  die appel? Hoeveel stappen moet ik vooruit om dat rotsblok te bereiken en veilig te zijn? Hoeveel tijd kost het om uit het bos te komen?  In welke richting kom ik er het snelste uit? En zo voort. De menselijke ervaring van de werkelijkheid, van alles om zich heen, wordt in in  feite volkomen be-paald en be-perkt door zijn nood-zaak om te overleven en voort te bestaan. Daarbij wordt hij in eerste instantie be-  paald en be-perkt door zijn eigen lichamelijke mogelijkheden en onmogelijkheden.  Al onze waarnemingstuigen, sensoren of zintuigen hebben een be-paald en be-perkt meet-bereik. En dat bereik be-paalt en be-perkt  mede hoe wij de werkelijkheid om ons heen en in onszelf kunnen waarnemen en ervaren.  Terzijde. Laten we als voorbeeld even kijken naar ons gezichtszintuig, onze ogen. Met dit zintuig kunnen we licht waarnemen, in verschillende elkaar  opeenvolgende kleuren, het lichtspectrum genoemd. Het lichtspectrum is slechts een beperkt deel van het totale electromagnetische spectrum.   Internetreferentie (21-09-12): http://www.zonnevlecht.be/het-lichtspectrum-als-basis-principe.html Internetreferentie (21-09-12): http://en.wikipedia.org/wiki/Electromagnetic_spectrum en: http://nl.wikipedia.org/wiki/Elektromagnetisch_spectrum Zo ligt het licht- en kleurenspectrum dat wij kunnen waarnemen met onze ogen tussen 400 en 800 nanometer. Onze ogen zijn op de meting van die  bandbreedte van kleuren aangepast. Infrarood kunnen wij niet zien, en ultraviolet ook niet. Er zijn andere dieren die die kleuren wel zien, dus kunnen  meten. Terwijl onze ogen ultraviolet licht zelfs afweren ter bescherming van onze gezondheid. Dat betekent dat wat wij ervaren van de Totale  Werkelijkheid, be-paalt en be-perkt is en wordt door ons eigen lichaam.  Interessant is dat de Mens (Ik) als MiddelPunt door met name de mogelijkheden van zijn hersenen in staat is gebleken om voorbij al die  be-perkingen en be-palingen van zijn eigen waarnemings- en zintuigen te leren meten. Waardoor hij weet heeft gekregen van een veel  groter spectrum aan kleuren, geuren, smaken en geluiden dan zijn sensoren toelaten en daarmee van een veel groter deel van de Totale  Werkelijkheid. En waarmee hij ont-dekt heeft en weet dat hij in een veel grotere werkelijkheid bestaat, dan alleen zijn eigen, veilige,  directe leefomgeving. Hij heeft dus zelfs buiten zijn zintuigen om leren meten en berekenen. En hij leert nog altijd verder meten en  berekenen. Het is dit vermogen dat er toe heeft geleid dat de Mens (Ik) als MiddelPunt zijn directe, eigen leefomgeving steeds verder  heeft kunnen uitbreiden en blijft uitbreiden. Mogelijk tot ons gehele zonnestelsel of zelfs ver daarbuiten. Hij heeft ook ont-dekt en weet  ook dat hij die eigen, veilige, directe leefomgeving zelf kan veranderen, bijstellen, wijzigen naar zijn eigen wensen en verlangens. Zo ook  heeft hij ont-dekt en weet hij ook dat hij zichzelf kan veranderen, bijstellen en wijzigen naar zijn eigen idee, behoefte en verlangens.  Kortom, hij heeft ont-dekt en weet dat letterlijk Alles in de Totale Werkelijkheid niet vast staat, maar voort-durend verandert, èn ook  voort-durend veranderd kan worden. Verbeterd. Doel, zoals al gezegd: Zolang mogelijk blijven leven en voortbestaan. Daartoe verandert  zij steeds meer zelf haar eigen, veilige, directe leefomgeving, zodat deze nog meer eigen en veilig wordt. Hetzelfde doet zij met zichzelf.  Meten is Weten. Weten is Leven. Meten is Weten is Leven. Maar de Mens (Ik) als MiddelPunt dient niet te vergeten dat zij ten eerste be-  paald en be-perkt wordt door haar eigen lichamelijkheid, haar eigen lichamelijke mogelijkheden. En ten tweede dient zij niet te vergeten  dat al haar metingen worden uitgedrukt in de symbolen van de twee overheersende vervangingssystemen, die zij zichzelf heeft leren  gebruiken, taal en rekenen. En dat zij daarmee slechts modellen kan creëren van de werkelijkheid en niet de werkelijkheid zelf. Zij kan  dus tenslotte hooguit be-paalde en be-perkte verbeteringen tot stand brengen. Waarbij de term verbeteren puur gedacht is vanuit de  Mens (Ik) als MiddelPunt alleen. Of het daadwerkelijk verbeteringen zijn is altijd nog maar de vraag. Het zijn allemaal "verbeteringen"  erop berekend haar leven in ieder geval prettiger, veiliger en daarmee langer te maken. Termen als wijzigen en veranderen zijn in feite  terechter, omdat ze niet berekend zijn vanuit het oog- en standpunt van de Mens (Ik) als MiddelPunt alleen.  Waarde-eringen en Norm-eringen  De woorden verandering, verbetering en verslechtering hebben alle te maken met het meten van een vroegere situatie ten opzichte van  een latere situatie. Het zijn woorden die passingen en metingen maken in de tijd. Het zijn ook waarderingen, waarmee gemeten wordt dat  iets anders is geworden, slechter of beter. Welbeschouwd houdt de Mens (Ik) als MiddelPunt zich dus alleen bezig met metingen en berekeningen. Door zijn geschiedenis heen is het  enige dat hij doet het voort-durend verbeteren, vergroven en verfijnen van zijn metingen en berekeningen en daarmee het voort-durend  manipuleren en veranderen van zichzelf en zijn eigen, directe leefomgeving. In die zin kan het ook als een vorm van evolutie beschouwd  worden. Al het meten begint bij haar zelf. Met haar zelf als het Punt van waaruit alles wordt berekend, en met haar zelf als Middel. Zij be-paalt en  be-perkt daarmee ook wat beter is, wat slechter, wat positief, wat negatief. Zij begint daarmee waarden toe te kennen aan allerlei punten  in Al-het-andere en in haarzelf.  Positie, richting, afstand en tijd worden alle gemeten vanuit de Mens (Ik) als MiddelPunt zelf. Door de lichamelijke gerichtheid van de  Mens (Ik) als MiddelPunt en door de be-perking en be-paling van haar lichaam door de omgeving en Al-het-andere, opgelegd in de vorm  van onder andere de zwaartekracht van de Aarde, kent zij, zoals al eerder besproken, aan de punten in Al-het-andere posities ten  opzichte van zichzelf toe. Zij kent tevens de richtingen toe, waarin zij zich bevinden, en de afstand en daarmee de tijd, die overbrugt  moet worden om deze punten te bereiken.  De posities zijn: Boven, Onder. Voor, Achter. Links, Rechts. De daaruit voortvloeiende richtingen zijn: Naar Boven/omhoog, Naar  Onder/omlaag, Naar Links, Naar Rechts, Naar Voor/voren, Naar Achter/achteren. Afstand en tijd gaan daarbij min of meer samen, omdat  de laatste uit de eerste voortvloeit, en worden ook allebei berekend vanuit het eigen Punt als Middel.  De Mens (Ik) als Middelpunt heeft in de loop van haar geschiedenis allerlei waarden verbonden aan deze richtingen en aan posities van  punten ten opzichte van haarzelf. Die waarden hebben allerlei "waarderingen" gekregen. Waarderingen, die gunstiger leken voor het eigen  behoud, is de Mens (Ik) als MiddelPunt meer gaan waarderen, is hij met meer "waarde" gaan "eren". Het zijn de punten in Al-het-andere  waar de Mens (Ik) als MiddelPunt zich het liefst ophoudt en die hij het liefst wil bereiken. Daartegenover staan de punten waar hij zich  liever niet ophoudt en die hij het liefst wil ontlopen. Het zijn de punten die hij minder waardeert, onderwaardeert, tot totaal niet  waardeert. Kortom die hij met minder "waarde" "eert".  En die waarde-geving, die waarde-ering, leidt ook tot norm-ering, ergo normering, tot normen en tot wat normaal wordt beschouwd. Het  zijn waarde-eringen die het meest dicht bij de Mens (Ik) als MiddelPunt zelf passen. Ze zijn gemakkelijker te grijpen, te vatten en  daarmee te be-grijpen en te be-vatten. Ze zijn dus gemakkelijker te gebruiken, toe te passen en te manipuleren door de Mens (Ik) als  MiddelPunt. Ze zijn prettig en ze zijn veilig. Ze worden daarom als normaal, als norm en normering beschouwd. Wat betekent dat een  ieder individu, die op wat voor wijze dan ook daar van afwijkt, met wantrouwen wordt beschouwd. Omdat hij zich niet aan de norm houdt.  Dat is niet verstandig. Want dan grijp je mis, dan loop je gevaar, dan vind je niet het goede voedsel. Dan breng je de familie, de stam,  het land in gevaar. Houd je dus aan de norm. Wijk niet af. Elk onbekend object, elk onbekend fenomeen, elk onbekend levend wezen en  ook elke onbekende, andere Mens (Ik) als MiddelPunt wordt bejegend en beoordeeld vanuit de eigen normaal-verdeling, waarbij het  achterliggende doel en de achterliggende motivatie steeds weer is: Overleven en voortbestaan. En waarbij passen en meten, berekenen  de manier is om tot een beoordeling te komen. Elke beoordeling draait om: Dat of die moet ik weren of zelfs vernietigen. En dat of die  moet ik verwelkomen, kan ik gebruiken.  Omhoog Volgende pagina