DE NOOD-ZAAK VAN EEN PLANETAIRE ETHIEK Kees Deckers Maart 2010 Hedentendage is de mens in staat om zijn invloed over de gehele Aarde te doen gelden. We zien dagelijks in kranten, op televisie en via het  internet hoe die invloed steeds vaker en steeds ingrijpender gevolgen heeft voor de natuur. Gevolgen, die ook meer en meer leiden naar  onomkeerbare situaties. Daarom stelt Ervin Laszlo in zijn boek “Kwantumshift in het Wereldbrein”(1) dat op het huidige moment in ons  menselijk bestaan de ontwikkeling van een planetaire ethiek niet alleen van essentieel belang is, maar ook een pure nood-zaak. Om zijn  voorstel tot een planetaire ethiek te verduidelijken, ga ik in onderstaande eerst in op de definities en omschrijvingen van een aantal door  Ervin Laszlo gebruikte termen. Het betreft de termen “systeem”, “ethiek”, “intrinsieke waarde” en “instrumentele waarde”. Die termen pas ik  vervolgens toe op een fictief en enkele concrete voorbeelden. Vandaaruit probeer ik de nood-zaak van een invoering van een planetaire ethiek  te beschrijven en te verhelderen. Tot slot laat ik zien dat die huidige nood-zaak uiteindelijk ook tot een zeer goede toekomst voor de gehele  mensheid kan leiden.  Systeem Een eerste belangrijke term in het voorstel van Ervin Laszlo tot een planetaire ethiek is de term: Systeem. Wat is een systeem? Twee op het internet gevonden definities voor systeem luiden: Systeem(2) Een geheel van elkaar wederzijds beïnvloedende elementen die een geïntegreerd geheel vormen.  Systeem(3) Alle onderling verbonden elementen van een organisatie waarmee de verwezenlijking van een doelstelling wordt beoogd. Een systeem omvat de input, de verrichte  handelingen, de voor deze verrichtingen gebruikte middelen, de output en de uitwerking van de output op de omgeving. Ook de organisatievorm die richting moet geven  aan de elementen en moet garanderen dat de beoogde resultaten worden bereikt, maakt deel uit van het systeem.  Uit deze definities blijkt dat in ons universum zeer veel als systeem kan worden aangemerkt. Van eenvoudige en minuscuul kleine systemen  zoals een atoom en een eiwit tot zeer complexe en gigantesk grote systemen zoals een melkwegstelsel en ons totale universum. Dat ook  planten, dieren en zelfs de mens een systeem zijn kunnen we aantonen door de tweede definitie iets anders te verwoorden: Systeem Alle onderling verbonden elementen van een organisme waarmee de verwezenlijking van een doelstelling wordt beoogd. Een systeem omvat de input, de verrichte  handelingen, de voor deze verrichtingen gebruikte middelen, de output en de uitwerking van de output op de omgeving. Ook de vorm van het organisme die richting moet  geven aan de elementen en moet garanderen dat de beoogde resultaten worden bereikt, maakt deel uit van het systeem.  Uit de definitie blijkt dat een systeem op allerlei wijzen afhankelijk is van zijn omgeving. Vanuit de omgeving komen zijn input en zijn  gebruikte middelen voort en zijn output gaat weer naar die omgeving en heeft daar een bepaalde uitwerking. Deze definitie is mijns inziens  nog onvolledig. Want naast de output hebben ook de input en de verrichte handelingen invloed op de omgeving. Sterker nog, het  eenvoudigweg alleen maar bestaan van een systeem in een bepaalde omgeving heeft al invloed op die omgeving. Een systeem neemt  bijvoorbeeld ruimte in. De mens is dus, zoals blijkt uit deze definitie, als systeem volledig afhankelijk van zijn omgeving en heeft als systeem  door zijn input, gebruik van middelen, handelingen en output een uitwerking op zijn omgeving. Het is vooral die uitwerking waar het  uiteindelijk om draait in de nood-zaak voor een planetaire ethiek.  Om enige ordening aan te brengen in al die verschillende soorten systemen wordt een onderscheid gemaakt in gesloten en open systemen.  Laten we eerst eens kijken naar het gesloten systeem. Gesloten systeem(4) In de natuurwetenschap is een gesloten systeem in strikte zin, een systeem dat geen materie en/of energie uitwisselt met de omgeving. In de praktijk spreekt men vaak van  een gesloten systeem als er een beperkte uitwisseling plaats vindt. Bepaalde thermodynamische wetten, zoals de Tweede wet van de thermodynamica hebben specifiek  betrekking op gesloten systemen. Een (hypothetisch) gesloten systeem dat niet alleen geen materie maar ook geen energie uitwisselt wordt ook wel een geďsoleerd  systeem genoemd. (...) Volkomen gesloten systemen, zeker het laatstgenoemde geïsoleerde systeem, bestaan niet binnen ons universum. Het zou neerkomen op een  volkomen van alles in het universum bestaand gescheiden systeem. En als het geen perpetuüm mobile is, een systeem dat zichzelf voor  eeuwig in stand houdt, dan moet het ergens energie en materie vandaan halen om te kunnen blijven voortbestaan. De enige mogelijkheid zou  dan zijn, energie en materie te betrekken uit iets dat niet binnen ons universum is, maar er buiten ligt. Maar daarmee is het nog altijd een  open systeem. Kan een systeem zo gescheiden zijn van ons universum, dat het geen output en daarmee invloed heeft op ons universum? Het beste voorbeeld daarvan was enkele tientallen jaren geleden een “zwart gat”. Het slokte wel enorme hoeveelheden energie op uit ons  universum, maar niets daarvan zou uit een zwart gat kunnen ontsnappen, zelfs geen licht. Daarmee had het systeem “zwart gat” dus door  zijn input, verrichte handelingen en gebruikte middelen een enorme uitwerking op zijn omgeving, maar niet door zijn output. Wèl door zijn  gebrek aan output. Inmiddels is duidelijk geworden dat een “zwart gat” wel degelijk een output van energie heeft naar zijn omgeving, ons  universum.  We zouden tot slot kunnen stellen dat ons universum zelf één groot perpetuüm mobile is, maar de nieuwste ontwikkelingen in de natuurkunde hebben het vermoeden doen ontstaan dat ons universum mogelijk in een oceaan van andere universa is ontstaan en weer zal ophouden met  bestaan. Perpetual motion(5) The term perpetual motion, taken literally, refers to movement that goes on forever. However, the term more commonly refers to any device or system that perpetually  (indefinitely) produces more energy than it consumes, resulting in a net output of energy for indefinite time. The law of conservation of energy, which states that energy  cannot be created or destroyed, implies that such a perpetual motion machine cannot exist. We hebben gezien dat er geen volmaakt gesloten systemen bestaan in ons universum. Dat wil zeggen dat er alleen open systemen zijn, die,  hoe groot of klein ook, afhankelijk zijn van en invloed hebben op hun omgeving. Dat betekent dat we dienen te kijken naar wat een open  systeem is. Open systeem(6) Een open systeem is een systeem dat voortdurend interageert met zijn omgeving en daarbij al zijn inherente kenmerken behoudt, waaronder de openheid zelf. Een  voorbeeld van een open systeem is een dissipatief systeem.  Open systemen zijn meestal ook complexe systemen en staan in tegenstelling tot gesloten systemen. Een combinatie van deze twee - dus een systeem dat het ene of het  andere kenmerk vertoont naar gelang het soort invloed - komt slechts zelden voor. De vier fundamentele kenmerken van de werking van open systemen zijn een omgeving, invoer, doorvoer en uitvoer (Eng. environment / input / throughput / output).  Sommige open systemen vertonen bovendien nog een vorm van feedback. Uit de vier fundamentele kenmerken voor de werking van open systemen blijkt opnieuw dat de mens als systeem een omgeving nodig heeft om überhaupt te kunnen bestaan. De term “dissipatief systeem” in de bovenstaande defintie verdient een nadere uitleg:  Dissipatief systeem(7) Een dissipatief systeem of dissipatieve structuur is een open systeem dat met zijn omgeving energie en materie uitwisselt. Een dissipatief systeem kent hierdoor  bijvoorbeeld in de thermodynamica geen thermodynamisch evenwicht. De term dissipatieve structuur is bedacht door Ilya Prigogine.  Beschrijving Een van de voornaamste kenmerken van dissipatieve systemen is hun anisotropie, ofwel het niet in alle richtingen gelijk zijn van hun eigenschappen als gevolg van hun  interactie met de omgeving. Een ander belangrijk kenmerk is de vorming van complexe en soms chaotische structuren met veel samenhangende onderdelen. Eenvoudige  voorbeelden van dissipatieve systemen zijn convectie, cyclonen, orkanen, stroomevenwicht en gedempte trillingen. Iets ingewikkelder voorbeelden zijn lasers, Bénard-  cellen en de Belousov-Zhabotinsky-reactie. Tenslotte is het leven zelf wellicht de meest geraffineerde vorm van een dissipatief systeem.  Als we even dóór-denken op de bovenstaande termen en definities, kunnen we concluderen dat de mens en al het andere leven op Aarde  open en vaak complexe, dissipatieve systemen zijn. Dissipatief wil zeggen dat ze uiteindelijk op houden te bestaan, ze gaan “dood”. Of beter  gezegd de energie- en materie-uitwisseling tussen het systeem en de omgeving is niet in een dusdanig (dynamisch) evenwicht dat beide voor  altijd behouden blijven. De balans slaat uiteindelijk door naar het teveel weglekken van energie en materie naar de omgeving. De term  dissipatie staat in de natuurkunde voor wegvloeiing of verlies van elektrische lading, stroom of energie. Wil een dissipatief systeem langer  blijven bestaan dan dient het het (dynamische) evenwicht tussen zichzelf en de eigen omgeving te veranderen/verbeteren/bij te stellen. Dat  kan deels door de eigen “onderling verbonden elementen” aan te passen aan de eisen van de omgeving, wat leidt tot evolutie van het  systeem (organisme) zelf. En deels door de eigen omgeving aan te passen aan de eisen van het systeem (organisme), wat leidt tot een  evolutie of devolutie van die omgeving. Het is met betrekking tot met name het laatste dat ethiek nodig is, een omgevingsethiek. Veel  mensen leven van nature nog volgens een dergelijke omgevingsethiek. Maar in de huidige westerse samenlevingen is al eeuwenlang deze  omgevingsethiek door de mens opzij gezet door een ethiek slechts ten gunste van en gericht op de mens zelf. Gelukkig, en daar wijst Ervin  Laszlo ook op in zijn boek “Kwantumshift in het Wereldbrein”, zijn er steeds meer mensen die weer inzien en werken aan een meer  omvattende ethiek.  Een recent voorbeeld uit Nederland: Spirituele boer Gerjo Koskamp(8) Gerjo Koskamp heeft met zijn boerderij Ruimzicht de Ekoland Innovatieprijs 2010 gewonnen. Het biologisch-dynamische bedrijf is van alle markten thuis. Het is hard  aanpoten voor boer Gerjo om rond te komen, maar hij wordt geholpen door zijn spiritualiteit. Een portret van een bijzondere boer.  Boerderij Ruimzicht is een biologisch-dynamisch bedrijf. De biologisch-dynamische landbouw houdt voor en tijdens het verbouwen van de gewassen in alle opzichten  rekening met de invloeden vanuit de natuur en de kosmos op de landbouw. Het is een productiemethode waarin bodemvruchtbaarheid van de natuurlijke groei centraal  staat. Het landbouwbedrijf wordt daarbij als organisme opgevat, waar bedrijfsvreemde elementen zo veel mogelijk vermeden worden. Vandaar dat een biologisch-  dynamisch bedrijf naar diversiteit in geteelde gewassen en gehouden dieren streeft.  Diversiteit geldt zeker voor boerderij Ruimzicht, een bedrijf dat opvalt door compleetheid: melkveehouderij, tuinbouw, natuurontwikkeling, recreatie, werkgelegenheid en  een eigen energie- en waterhuishouding.  Deze verbreding is naast een wens ook gewoon pure noodzaak: het is risicospreiding, want veel geld levert deze bijzondere manier van boeren nog niet op. Wat volgens  Koskamp zou helpen, is een betere melkprijs. Hij pleit dan ook voor fairtrademelk.  Zolang die er nog niet is, kan Koskamp geen extra personeel aannemen, en moet hij het meeste werk zelf doen. Dat is zwaar, maar hij kan en wil het niet anders doen. Zo  is het goed, is zijn rotsvaste overtuiging. Hij wordt daarbij geholpen door zijn spiritualiteit: die houdt hem, z’n gezin, de dieren, de boerderij en de bedrijfsvoering gezond.  Bron: Vroegevogels  Boerderij Ruimzicht op tv gelderland. Alles uit de kast van woensdag 25 maart 2009  Ethiek, intrinsieke waarde en instrumentele waarde  Een tweede belangrijke term in het voorstel van Ervin Laszlo is: Ethiek. Wat is ethiek?   Volgens enkele definities op het internet is ethiek: Ethiek(9) Ethiek of moraalwetenschap is een tak van de filosofie die zich bezighoudt met de kritische bezinning over het juiste handelen. In algemene zin probeert ethiek de criteria  vast te stellen om te kunnen beoordelen of een handeling als goed of fout kan worden gekwalificeerd, en om de motieven en consequenties van deze handeling te kunnen  evalueren.  Ethiek(10) Ook wel praktische filosofie genoemd. Het is de bezinning op de fundamentele principes en begrippen in het morele debat. Ethiek analyseert en verheldert de naar voren  gebrachte argumenten en de rechtvaardiging van morele claims. Het gaat daarbij niet om de feitelijke vaststelling of iets als goed of slecht wordt beschouwd, maar vooral  om de redenering daarachter, de argumentatie. Ethiek is daarom gekoppeld aan de toetsing en correctie van menselijk handelen. Centrale onderwerpen in de ethiek zijn  juistheid, rechtvaardigheid, deugdzaamheid, het goede leven. etc.  ETHIEK VAN DE MENSENRECHTEN(11)  Ethiek is het geheel van gedachten over en visies op de gedragsregels die mensen tegenover elkaar en tegenover de natuurlijke omgeving in acht moeten nemen. De  ethische regels kunnen heel strikt en dwingend zijn, zoals in het fundamentalisme, maar ook veel minder nauw omschreven. De hedendaagse ethiek baseert zich in de  regel op de drie uitgangspunten van de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804): 1) Handel alleen volgens beginselen waarvan je wilt dat ze voor iedereen gelden. 2)  Handel zo dat (je, red.) anderen en jezelf als 'goed doel' en nooit alleen als middel gebruikt. 3) Gebruik je vrijheden voor zover je daarmee niet de vrijheden van anderen  in gedrang brengt.In de meeste tradities bestaat de ethiek vooral uit het vermijden van de grootste ondeugden, zoals in de christelijke traditie de zeven hoofdzonden:  gulzigheid, gierigheid, jaloezie, toorn, onkuisheid, vadsigheid en hoogmoed. In de democratie is de ethiek in de regel alleen vastgelegd voor zover ze fundamentele  rechten en strafrechtelijke feiten betreft, zoals dat je niet mag moorden, stelen, frauderen of contracten mag breken. Andere morele regels, zoals ten aanzien van het tonen  van respect voor anderen of het aanhangen van een bepaalde godsdienst, worden aan de keuze van individuen en groepen overgelaten. Anderzijds is er in democratische  samenlevingen een tendens om ethische regels juist in wetten vast te leggen, bijv. ten aanzien van genetische manipulatie of de verantwoordelijkheid van bedrijven. (...)  Kortgesteld is ethiek dus gericht op het onderzoeken en beoordelen van de motieven tot handelen van de mens, het daadwerkelijk handelen  van de mens en de gevolgen van dat handelen. Het is in eerste instantie een geheel van gedachten over en visies op de gedragsregels die  mensen tegenover elkaar in acht dienen te nemen. Alleen de laatste definitie, van Amnesty International, noemt ook de natuurlijke omgeving  waar tegenover mensen hun gedrag in acht dienen te nemen en gedachten over en visies op dienen te ontwikkelen. Aan de motieven, de  handelingen en gedragingen van de mens en de consequenties daarvan worden door hem waarde toegemeten. In zijn voorstel tot een  planetaire ethiek spreekt Ervin Laszlo over intrinsieke en instrumentele waarde.  Over de termen intrinsieke en instrumentele waarde zegt de Nederlandstalige Wikipedia:  (...) Waarden(12) Waarden zijn idealen en motieven die in een samenleving of groep als nastrevenswaardig worden beschouwd. Waarden zijn opvattingen over wat wenselijk is. Er bestaan  twee soorten waarden: Instrumentele waarde: een betekenis die door concrete personen of groepen feitelijk wordt verleend aan personen, (dingen, red.), zaken of gebeurtenissen. Waarden zijn  veelal collectief, maar kunnen zeer persoonlijk worden beleefd. (...)  Intrinsieke waarde: waarden die nagestreefd behoren te worden vanuit de gedachte dat het goede gedaan behoort te worden. Ethische waarden blijven hun betekenis en  geldigheid behouden, ook als ze feitelijk niet gedragen worden door mensen en groepen. Voorbeelden van ethische waarden zijn gerechtigheid, liefde, vrijheid en  gelijkheid. Het zijn de motieven en idealen waarop de concrete normen zijn gebaseerd. Het zijn ook de grootheden die met de normen bereikt willen worden. Er zijn  normen en regels om deze waarden te bereiken. Voorbeelden van waarden In de christelijke geloofsleer ligt achter de concrete normen de waarde van de liefde. Het gaat dan om de liefde tot God en de liefde tot de naaste mens. De belangrijkste  waarde in het wegverkeer vinden veel mensen veiligheid. In de samenleving kan worden gedacht aan leefbaarheid en betrokkenheid.  In de psychologie kent men tal van persoonlijke waarden, zoals bezit, eenvoud, flexibiliteit, gehoorzaamheid, gezondheid, integriteit, kennis, macht, onafhankelijkheid,  schoonheid, succes, toewijding en waardering. (...) Uit deze definitie blijkt dat hoewel de mens wel ethisch gedrag bezigt bij systemen met voor hem intrinsieke waarde, hij dit niet doet bij  systemen met voor hem slechts instrumentele waarde. De laatste systemen worden door de mens alleen beoordeeld op of zij wel of niet  instrumentele waarde, oftewel gebruikswaarde, voor hem hebben.  Kwantumshift in het Wereldbrein (http://www.ankh-hermes.nl/shop/product.html?Kwantumshift%20in%20het%20wereldbrein&productid=14601) Het voorstel van Ervin Laszlo  Op pagina 73 van zijn boek “Kwantumshift in het Wereldbrein”(1) geeft Ervin Laszlo als definitie voor een natuurlijk systeem: Een natuurlijk systeem laat zich definiëren als die vorm van een (aanvankelijk fysisch-chemisch en later, hoger op de schaal van de evolutie, biologisch en vervolgens  sociaal-cultureel) systeem dat zich onafhankelijk van bewuste menselijke ontwerpen en hun implementatie manifesteert. In een planetaire ethiek komt de eerbied voor  deze systeemvorm tot expressie doordat er een intrinsieke waarde aan wordt toegekend. Zulke systemen hebben dus een volstrekt eigen waarde, ongeacht hun relatie met,  en bruikbaarheid voor, andere systemen. Om te komen tot een verdere omschrijving van en een definitie voor een planetaire ethiek maakt hij vervolgens een onderscheid in drie  soorten systemen. De drie soorten systemen die Ervin Laszlo onderscheidt zijn: 1. Natuurlijke systemen met intrinsieke waarde;  2. Niet-natuurlijke systemen met instrumentele waarde;  3. Niet-natuurlijke systemen met weinig relevante tot geen instrumentele waarde.  1. De eerste soort systemen, de natuurlijke systemen met intrinsieke waarde, omvatten niet alleen individuele mensen en door mensen  gevormde groepen, maar ook alle levende systemen van de biosfeer Aarde, van microben tot walvissen en van eiwitten en schimmels tot  het regenwoud. 2. De tweede soort systemen, de niet-natuurlijke systemen met instrumentele waarde, betreft alle niet in de functionele structuur van levende  systemen en van de biosfeer geïntegreerde systemen. Het zijn echter systemen die een bestanddeel zijn van de relevante omgeving van  natuurlijke systemen en die het bestaan en de evolutie van natuurlijke systemen bevorderen of hinderen. Het is de fysisch-chemische  “dode” omgeving van de biosfeer of het levensweb en omvat bijvoorbeeld de zon, zonder de zon zouden we niet kunnen leven, zou niets  kunnen leven op Aarde, de atmosfeer, de hydrosfeer (de waterhuishouding van de Aarde) en de geosfeer (de Aarde zelf met zijn  aardkorst en binnenste). Zij zijn van instrumentele waarde omdat zij voorzien in “de hulpbronnen en fysische en chemische omstandigheden die  noodzakelijk zijn voor het bestaan en de evolutie van natuurlijke systemen; ze zijn dus relevant voor natuurlijke systemen”. 3. Tot slot zijn er nog systemen die niet-natuurlijk of natuurlijk zijn en die weinig tot niet relevant zijn voor het bestaan en de evolutie van  natuurlijke systemen op Aarde. Welbeschouwd is dat de grootste groep van systemen, daar het zich buiten bovenstaande sytemen uitstrekt tot ons volledige heelal.  Door dit onderscheid temaken bakent Ervin Laszlo een voor de mens behapbare en handelbare omgeving af, waarop de ethiek zich zou  moeten richten. Het zijn de eerste twee soorten systemen waarmee zijn planetaire ethiek zich dient bezig te houden. Hij verwoordt dit als  volgt: Samengevat: een planetaire ethiek kent intrinsieke waarde toe aan het levensweb dat op aarde is geëvolueerd, en daarnaast aan ‘dingen - van algen tot hele ecologieën,  alsmede van individuele mensen tot complete samenlevingen - die zich in dit levensweb hebben gemanifesteerd en er deel van uitmaken. Diezelfde planetaire ethiek kent  instrumentele waarde toe aan de fysische omgeving van het levensweb, met inbegrip van de amosfeer, de hydrosfeer en de geosfeer, daar zij voorzien in de hulpbronnen  en fysische en chemische omstandigheden die noodzakelijk zijn voor het bestaan en de evolutie van natuurlijke systemen; ze zijn dus relevant voor natuurlijke systemen.  Hij geeft daarbij aan dat het onderscheid eerder voortkomt vanuit een materialistische kijk op ons bestaan dan vanuit een spiritualistische  kijk. De spiritualistische kijk kent namelijk intrinsieke waarde toe “aan alle dingen in de ruimtetijd: aan het universum in zijn geheel.” Maar  voor de mens als een minuscuul levende entiteit in het totale universum is een ethiek gericht op het formaat van het complete universum op  dit moment in de verste verte natuurlijk geen haalbare kaart. Het is materialistisch gesteld wèl nood-zaak  voor de mens om te kunnen leven  en overleven. Om tot een voor de huidige mens behapbare en handelbare ethiek te komen stelt Ervin Laszlo daarom een planetaire ethiek  voor in tegenstelling tot een ethiek voor het totale heelal.  Het meest praktisch voor de mens om te beginnen met een ethiek is te beginnen met een ethiek voor de eigen directe omgeving. Uit het oog,  uit het hart geldt hier zeer duidelijk. Hoe verder weg iets zich bevindt buiten onze meest directe omgeving, des te minder houdt het ons bezig  en des te minder denken we na over de consequenties die ons handelen kan hebben voor dat iets. In onze huidige situatie is onze direct eigen  omgeving, de gehele planeet Aarde.  Gedurende de evolutie van de mens heeft die direct eigen omgeving zich van de directe familie en de stam steeds verder uitgebreid naar het  dorp, het eigen land en eigen volk tot allianties en unies van volkeren. In de huidige menselijke situatie, door onder andere  snelvoortschrijdende technologieën op het gebied van transport en multimedia, breidt het territorium van de mens zich zo snel en ver uit dat  zij Aarde-omvattend invloed uitoefent op haar omgeving. Het is daarom niet alleen mogelijk, maar ook noodzakelijk voor de mens om op dat  niveau een ethiek te ontwikkelen.   De ethiek is zelf een middel ter beschikking van de mens om zo lang mogelijk te kunnen leven en overleven. De mens komt er steeds meer  achter dat zij inderdaad totaal afhankelijk is van al-het-andere om zich heen. En dat zij haar kansen om zolang mogelijk voort te bestaan  aanzienlijk kan verhogen indien zij gebruik maakt van ethische regels en morele waarden. Niet alleen met betrekking tot andere mensen,  maar ook met betrekking tot dieren, planten en de haar gehele directe omgeving.  De mens ziet nu dat zij als natuurlijk (sub-)systeem ingebed is in het natuurlijke systeem van de biosfeer van de aarde, welke weer is als  natuurlijk (sub-)systeem ingebed in het natuurlijke systeem van ons totale universum. Onze mogelijkheden zijn op dit moment zo ver uitgebreid dat wij niet alleen gebruik kunnen maken van omgevingen van vrijwel de gehele  Aarde, maar we kunnen ook inzien dat dat consequenties heeft voor al die omgevingen. Steeds sneller en steeds meer kunnen we de  gevolgen van ons gebruik zich zien voltrekken. We kunnen inzien dat we tè ver gaan, en dat we, als we nòg verder gaan, uiteindelijk niet  alleen allerlei natuurlijke dissipatieve subsystemen op de Aarde steeds sneller laten ophouden te bestaan, laten dood gaan en uitsterven,  maar dat we daarmee ook onze eigen kansen op voortbestaan verkleinen.  De voorgestelde planetaire ethiek van Ervin Laszlo is dan ook noch altruïstisch noch egoïstisch van aard. Ze is beide en geen van beide. Ze  stelt dat, wil de mens overleven en voortbestaan, het nood-zaak is dat ook haar eigen omgeving en uiteindelijk ook de gehele planeet  overleeft en voortbestaat. Beide zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden, of om het in andere bewoordingen te omschrijven: Beide zijn  volkomen met elkaar verstrengeld. Hoezeer dit het geval is mag blijken uit de hiernavolgende voorbeelden.  Een fictief voorbeeld Visland en Graanland Er zijn twee landen. Het ene land, Visland, is met drie zijden gelegen aan een zee en de bewoners ervan leven van de visvangst. Het andere land, Graanland, ligt in een dal  en is aan drie zijden omgeven door bergen en de bewoners leven van het verbouwen van graan. Beide landen grenzen met één zijde aan elkaar.  De Vislanders kunnen goed leven van het vissen. De visvangst levert hen genoeg op om zelf van te eten en om als ruilmiddel voor graan en wormen te gebruiken uit  Graanland. De wormen van Graanland zijn beter aas dan die van Visland. Zo ook weten de Graanlanders dat het goed leven is van hetgeen hun agrarische activiteiten hen  oplevert. Ook zij kunnen er goed van eten en een deel ervan kunnen zij als ruilmiddel gebruiken voor vis uit hun buurland. Er is in beide landen sprake van een  evenwichtig natuurlijk systeem, deels gebaseerd op een goede omgevingsethiek. Vislanders zowel als Graanlanders gaan vanuit moreel gedrag goed om met hun middelen  van bestaan. Ze begrijpen dat ze afhankelijk zijn van de mogelijkheden van hun eigen natuurlijke omgeving. De vissers overvissen daarom de zee niet. De landbouwers  putten de grond niet onnodig uit.  Dan komt er in Visland iemand aan de leiding die uit eigenzucht en inhaligheid voorstellen doet om de visvangst te vergroten. De eigenzucht komt voort uit een periode  van twee jaar, waarin de visvangst minder was dan de voorafgaande jaren. De vissers weten dat dit in periodes voorkomt en accepteren dit als een natuurlijk verschijnsel.  Maar de nieuwe leider  wil het niet meer meemaken dat hij tijdelijk minder heeft dan anders. Hij besluit dat iedere visser een tijdelijke belasting van vis moet betalen,  waarmee zoveel mogelijk wormen uit Graanland kunnen worden aangekocht. Door tijdelijk de broekriem aan te halen, zo oreert hij aan de vissers, kunnen ze over een  paar jaar veel rijker zijn dan thans en veel meer zeker van hun voortbestaan. Ze zullen namelijk meer vis kunnen vangen. En dus meer vis kunnen verruilen tegen granen  en minder afhankelijk of helemaal niet meer afhankelijk zijn van de hoeveelheid wormen die ze kunnen krijgen van de Graanlanders.  Want de extra aangekochte wormen  gaan ze in hun eigen grond stoppen, zodat ze daar hun eigen voorraad kunnen kweken. Een aantal vissers zien wel iets in het voorstel en steunen de leider in zijn idee,  door andere vissers over te halen en zelfs te pressen de belasting te dragen. Het plan wordt in werking gezet. Een aantal Graanlanders ziet niets in het aannemen van meer vissen in ruil voor meer wormen. Ze hebben de wetenschap dat de grond  minder goed is, daar waar er te weinig wormen in rondwroeten. Maar een aantal anderen willen eigenlijk in plaats van twee dagen per week best wel elke dag een vis bij  het eten. Zij wroeten en peuren daarom zoveel wormen uit hun grond als mogelijk.  Na een paar jaar lijkt het plan precies dat op te leveren voor de Vislanders wat de leider van Visland heeft voorgesteld. Er leven nu veel goede wormen voor de visvangst  in hun eigen grond. De visvangst neemt als gevolg daarvan enorm toe. En de grote hoeveelheid aan extra vissen wordt gebruikt om nog meer granen dan anders te kopen  uit Graanland. Omdat de leider dit geweldige idee heeft bedacht en uitvoert met een groepje dicht bij hem staande vissers, vindt hij dat hij een groter deel van de extra  vissen en van het extra graan voor zichzelf en zijn directe medestanders mag behouden.  De zee wordt nu meer en meer overbevist. En de grond in een deel van Graanland wordt minder van kwaliteit doordat de hoeveelheid wormen in die grond te klein wordt.  De graanproductie van die delen gaat zó ver achteruit dat de boeren bij andere boeren hun eigen etensvoorraad aan granen moeten aanvullen. Ze zijn zelfs genoodzaakt  voor andere boeren te gaan werken en stukken van hun eigen land aan die andere boeren te verkopen. Het natuurlijk dynamische evenwicht van Graanland raakt van slag. Evenzo raakt het natuurlijk dynamische evenwicht van Visland uit balans. En op nog grotere schaal  raakt het dynamische evenwicht van het totale natuurlijke systeem, dat bestaat uit de twee natuurlijke subsystemen Graanland en Visland, van slag. Dat alles heeft ook  zijn weerslag tot op het natuurlijk dynamische evenwicht van het natuurlijke sub-subsysteem mens toe. De ene mens heeft te weinig om zichzelf gezond te houden, de  andere mens heeft teveel. Op allerlei wijzen gaan individuele mensen en groepjes mensen van beide landen nu voor zichzelf oplossingen zoeken. Visland kan minder  graan verkrijgen uit Graanland, omdat de boeren afhankelijk zijn van een kleiner gebied aan landbouwgrond dat nog gezond genoeg is om graan op te leveren. De  hoeveelheid vis in de zee is door de overbevissing zover geslonken, dat er minder wordt geboren en tenslotte de visserij nauwelijks nog iets oplevert. Intussen hebben de  wormen uit Graanland zich enorm vermenigvuldigt in de grond van Visland, één van de bewijzen waarmee de leider zijn idee en zichzelf jarenlang heeft gepropageerd als  dè man die Visland vooruitgang heeft gebracht en die daarom voor altijd herkozen dient te worden. Die enorme vermenigvuldiging van wormen heeft de bodem echter  volledig uitgeput van de voedselbronnen van de wormen. En thans vindt een massale wormensterfte plaats, welke weer leidt tot een plaag van insecten die zich niet alleen  tegoed doen aan de dode wormen, maar ook binnendringen in de huizen van de vissers en daar op de dode vis afgaan die de vissers zelf ter consumptie dienen. Wat het voorbeeld van Vis- en Graanland laat zien, is dat het uit evenwicht brengen van natuurlijke evenwichten door opeenhoping,  kapitalisatie leidt tot enorme problemen. De kapitalisatie in Visland heeft niet alleen gevolgen voor de vissers zelf, maar ook voor het gehele  natuurlijk systeem, waarin zij leven en waarvan zij deel uitmaken en afhankelijk zijn. Daarnaast leidt de kapitalisatie in Visland ook tot grote  problemen in het naburige natuurlijke systeem van Graanland. Graanlanders en Vislanders blijken meer afhankelijk te zijn van elkaar, dan ze  vermoeden. Een kapitaal aan wormen uit de grond van Graanland verwijderen en ze als kapitaal in de grond van Visland stoppen heeft  enorme gevolgen voor beide landen.  Omhoog Volgende pagina