ONS UNIVERSUM - TOTALE LEEFOMGEVING VOOR DE MENS? I. HET GROOTSTE OBSTAKEL IN DE MENS: EGOCENTRISME (Een om-over-na-te-denken-artikel) Kees Deckers November 2011 De fundamentele natuurwetten staan vast, het zijn constanten en ze gelden overal in ons universum. Althans dat beweren de verengde  wetenschappers, van onder andere de wetenschapstak: Natuurkunde. Toch verschijnen er regelmatig op het internet artikelen, die  observaties en daarop gebaseerde theoriën melden, die een aanslag lijken te plegen op deze fundamentele grondwetten van de natuur. Zo  stond er kortgeleden een kort artikel op de webplek van de Engelse Daily Mail: “Laws of physics 'are different' depending on where you are  in the universe” (“Natuurwetten “zijn anders” afhankelijk van waar je bent in het universum”) (internetreferentie (16-11-11):  http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-2056018/Laws-physics-change-depending-universe.html). En de laatste maand is er veel  commotie rond een experiment met neutrino’s, die sneller dan het licht lijken te gaan (internetreferenties (24-11-11):  http://www.bbc.co.uk/news/science-environment-15017484 en: http://www.reuters.com/article/2011/11/18/us-science-neutrinos-light-  idUSTRE7AH0T720111118). Deze experimenten en hun observaties zijn niet alleen een aanslag op de fundamentele natuurwetten, het zijn  ook aanslagen op het absolute geloof dat de gevestigde grote-stroom-wetenschappers stellen in hun “bewijzen”. De gedane observaties  kunnen voor hen dan ook gewoonweg niet waar zijn. Ze dienen daarom zo snel mogelijk gerectificeerd te worden.  Met het absolute geloof in de onfeilbaarheid van de wetenschap en het daaruit voortvloeiende vaststaan van de natuurwetten wordt  gelijktijdig het geloof en de acceptatie van ander intelligent leven dan de mens in ons universum zo klein mogelijk gehouden. En indien er  toch andere intelligentie zou blijken te zijn, dan is het dankzij deze fundamentele wetten en natuurconstanten volkomen onmogelijk dat zij  naar de Aarde zouden kunnen komen.  Als samenvatting noemt het artikel op de webplek van de Daily Mail in de kop dan ook de volgende drie punten (eigen vertaling):  1. De wetten die wij kennen, kunnen “zoiets zijn als lokaal geldende wetten”, zeggen wetenschappers  2. Suggesties dat het universum groter is dan wij denken - mogelijk oneindig  3. Andere delen van het universum zijn mogelijk vijandig voor leven  Al deze punten en met name het laatste punt zijn, mijns insziens, ook op een fundamentele natuurwet gebaseerd. De fundamentele  natuurwet van het menselijk egocentrisme. En het is daarom ook krom beredeneerd. Zo staat er in het artikel:  Het betekent ook dat in andere delen van het universum de natuurwetten misschien vijandig zijn voor leven - terwijl ze, in ons kleine deel ervan, fijn-afgestemd  lijken te zijn op de ondersteuning hiervan.  En: Professor Webb zei, dat deze nieuwe bevindingen ook een zeer natuurlijke verklaring bieden voor een vraag die wetenschappers al tientallen jaren bezig heeft  gehouden - waarom schijnen de natuurwetten zo fijn-afgestemd te zijn voor het bestaan van leven?  “Het antwoord kan zijn dat andere regio’s van het universum niet even gunstig zijn voor leven zoals wij het kennen, en dat de natuurwetten die wij meten in ons  deel van het universum slechts plaatselijk geldende wetten zijn, in welk geval het geen verrassing is om hier leven te vinden,” zei hij.  Het anthropisch principe  Met de term “fijn-afstemming” wordt, in dat deel van de natuurkunde dat zich met ons universum bezighoudt, bedoeld, dat het universum  en haar zogenaamde constanten speciaal afgestemd lijken te zijn op het mogelijk maken van één bepaalde levensvorm: De mens. De term  komt vooral voort uit het idee van het anthropisch principe. De Nederlandstalige Wikipedia zegt hierover:  Het Antropisch principe (Grieks ... anthropos=mens) is het door Robert Dicke voorgestelde en door John D. Barrow en Frank J. Tipler verder uitgewerkte idee  dat er een nauw verband bestaat tussen ons menszijn en de eigenschappen van het heelal.   Internetreferentie (16-11-11): http://nl.wikipedia.org/wiki/Antropisch_principe  Hoewel in de loop der tijd verschillende sektarische clubjes van wetenschappers en gelovers van dit hoofdidee zijn afgesplitst, die of in een  “zwak” of in een “sterk” anthropisch principe geloven, en hoewel er tegenwoordig gesteld wordt dat het universum er moet zijn vanwege  het bestaan van intelligent leven, dus niet pers se alleen de intelligente levensvorm mens, is de onder- en achterliggende gedachte toch  nog altijd juist dat, dat het universum slechts bestaat voor de “intelligente” levensvorm mens alleen. De term draagt niet voor niets nog  altijd het woord anthropos (= mens) in zich. Het universum is er speciaal voor de mens. Alle natuurwetten en natuurconstanten in het  universum zijn daarom precies zo fijn afgesteld dat het het leven van die ene speciale vorm mogelijk maakt, ons.  De teneur van het artikel op de webplek van de Daily Mail, hoe voorzichtig ook in zijn verwoordingen, blijft dan ook, te bewijzen dat ander  intelligent leven dan de mens in het heelal zeer onwaarschijnlijk en zelfs onmogelijk is.  Toch dachten en geloofden door vrijwel de gehele geschiedenis van de mensheid heen niet alle mensen zo. Dat blijkt onder andere uit de  ideeën van de Jaïnisten, die al meer dan 2.600 jaar geleden geloofden dat er leven was in andere delen van het universum (zie  internetreferentie (17-11-11): http://en.wikipedia.org/wiki/Jainism). Zo geloofden en beredeneerden daarnaast niet alle mensen door de  geschiedenis heen dat de wetten van ons universum per se overal gelijk moeten zijn, wat het artikel op de webplek van de Daily Mail ook  weer opnieuw stelt. Edgar Allan Poe was al rond 1848 intuïtief redenerend tot deze gedachte gekomen. Hij stelt in zijn helaas nog altijd  vrijwel onbekende werk “Eureka” het volgende:  Hebben we, of hebben we niet, een analoog recht tot de gevolgtrekking dat dit waarneembare Universum - dat deze cluster van clusters - er slechts één is van een  serie cluster van clusters, de rest daarvan onzichtbaar door afstand - doordat de verspreiding van hun licht zo buitensporig is, dat voor het ons bereikt, het geen  licht-impressie op onze retina’s produceert - of dat er in het geheel geen dergelijke emanatie van licht is, in deze onuitspreekbaar verre werelden - of, ten slotte,  dat alleen al de tussenruimte zo enorm is, dat de electrische getijden van hun aanwezigheid in de Ruimte, nog niet in staat zijn geweest - na het verlopen van  myriaden aan jaren - die tussenruimte te overbruggen?  Hebben we enig recht tot gevolgtrekkingen - hebben we enige, wat voor basis dan ook voor dergelijke visies? Als we in enige mate een recht hiertoe hebben, dan  hebben we een recht tot hun oneindige extensie. Het menselijk brein heeft klaarblijkelijk een neiging tot het “Oneindige”, en streelt de schim van het idee. Het  lijkt met een gepassioneerde ijver te verlangen naar dit onmogelijke denkbeeld, in de hoop het intellectueel te geloven bij het zich er een begrip van vormen. Wat  algemeen is onder het gehele ras van Mensen, kan geen individu van dat ras natuurlijk rechtvaardigen als abnormaal te overwegen; desondanks kan er een klasse  van superieure intelligenties zijn, voor wie het menselijke vooroordeel, waarop hier gezinspeeld wordt, geheel en al het karakter lijkt te dragen van een idee-fix.  Mijn vraag echter blijft onbeantwoord - Hebben wij enig recht om door gevolgtrekking - laten we eerder zeggen om ons voor te stellen - een oneindige  opeenvolging van de “cluster van clusters”, of van min of meer gelijke “Universa”? Ik antwoord dat het “recht”, in een zaak als deze, absoluut afhankelijk is van  de stoutmoedigheid van dat voorstellingsvermogen, dat het waagt dit recht op te eisen. Laat mij slechts stellen, dat, als een individu, ik mijzelf aangetrokken voel  tot de verbeelding - zonder het meer te durven noemen - dat er een oneindige reeks van Universa bestaat, min of meer gelijkwaardig aan die waar wij kennis van  hebben - aan die waarvan we ooit slechts kennis zullen hebben - tenminste tot de terugkeer van ons eigen specifieke Universum in de Eenheid. Als dergelijke  clusters van clusters echter bestaan - en dat doen zij - dan is het ruimschoots duidelijk dat, omdat ze geen aandeel hebben gehad in onze oorsprong, zij geen  aandeel hebben in onze wetten. Zij trekken ons niet aan, en wij hen niet. Hun materie - hun geest is niet de onze - is niet dat wat in enig deel van ons universum  te verkrijgen valt. Zij kunnen geen indruk maken op onze zintuigen of onze zielen. Tussen hen en ons - alle, voor het ogenblik, als gemeenschappelijk  beschouwend - zijn geen invloeden met elkaar gemeen. Elk bestaat, apart en onafhankelijk, in de boezem van zijn eigen en specifieke God.  Internetreferentie (17-11-11) (Eigen vertaling): http://xroads.virginia.edu/~Hyper/POE/eureka.html  Voorpagina van de eerste editie van Edgar Allan Poe’s “Eureka” Internetreferentie (22-11-11): http://nl.wikipedia.org/wiki/Eureka_(Edgar_Allan_Poe) Poe beschrijft in zijn “prozaïsch gedicht”, zoals hij het zelf noemt, niet alleen het multiversum en hij spreekt niet alleen over ander  intelligent leven, hij voelt ook intuïtief aan dat er andere wetten zullen gelden in andere universa. En dat intelligente wezens van elders,  zeker van andere universa met andere wetten, vrijwel onmogelijk ons zullen kunnen bereiken of anderszins beïnvloeden, omdat de  materie daar anders is dan in ons universum. Hij is in zijn “Eureka” een mens die open staat, en die de mensheid niet beschouwt als de  enige vorm van intelligent leven. Kortom, hij bekijkt het universum niet vanuit het anthropisch principe en is in die zin niet egocentrisch  gericht.  Hedentendage zijn er zo ook wetenschappers die menen dat er een multiversum bestaat, waarin ontelbare universa kunnen bestaan, alle  met mogelijk verschillende, eigen fundamentele natuurwetten.   Egocentrisme  Het anthropisch principe komt, mijns insziens, voort uit het egocentrisme van de mens. Het menselijk egocentrisme is een fundamentele  natuurwet die gelijkwaardig is aan de natuurwet, die stelt dat niets sneller kan gaan dan het licht. Sterker nog: De laatste natuurwet komt  zelfs voort uit en is gebaseerd op de veel fundamentelere natuurwet van het menselijk egocentrisme. Het egocentrisme is een natuurwet,  die slechts door weinigen nu en dan wordt doorbroken, en die zelf weer gebaseerd is op angst.  Bijna alle mensen zijn egocentrisch gericht. Zo willen de meesten van hen per se dat er geen ander intelligent leven in het totale  universum is dan zijzelf. Tenslotte zijn zij, met name de westerse mens, door eeuwenlange ingestampte godsdienst-propaganda en  schoolopvoeding, volgens “eigen zeggen”, gemaakt in het evenbeeld van hun god. Hoe of dat te rijmen valt met één van die tien geboden  over het niet maken en aanbidden van afgodsbeelden, is mij nog nooit duidelijk geworden. Want als de mens iets aanbidt naast die god,  dan is het wel zichzelf. Maar goed.  Dit egocentrisme manifesteert zich daarom ook op allerlei wijzen in ons mens-zijn en in de verengde wetenschappen. Termen als  anthropocentrisme, ethnocentrisme, chronocentrisme, geocentrisme en heliocentrisme zijn allemaal terug te voeren op de menselijke  neiging tot egocentrisme. Het zijn in feite extensies van zijn egocentrisme. Het zichzelf niet alleen als het middelpunt beschouwen, maar  daarom ook als de meest belangrijke.  Dat de mens egocentrisch denkt is begrijpelijk. Hij kan zichzelf niet tot nauwelijks anders ervaren. Hij heeft een lichaam dat voort-durend  in het midden van letterlijk alles lijkt te staan, waar hij ook gaat of staat. De rest, Al-het-andere, is al-tijd om hem heen. Hij moet in Al-  het-andere proberen veilig te zijn en zich er veilig in leren voelen. In eerste instantie heeft hij daar zijn eigen lichaamsmogelijkheden voor,  zoals zijn zintuigen. En in tweede instantie heeft hij in tegenstelling tot de meeste andere vormen van leven op Aarde de mogelijkheden  tot werktuiggebruik en werktuigmakerij. Met die laatste mogelijkheden is hij van meet af aan zich een directe, eigen, veilige leefomgeving  gaan creëren. Het heeft uiteindelijk geleid tot de industrialisatie en tot de verbijsterend vertechnologiseerde maatschappijen om zich heen.  Wat hij daarmee echter tegelijk ontdekt, is, dat hoe ver hij die werktuigverfijning ook doorvoert en dat hoe hij ook sleutelt aan zijn eigen,  directe leefomgeving om die nog prettiger en veiliger te maken, dat hij daar uiteindelijk geen compleet antwoord op vindt. Sterker nog,  zijn constante gesleutel leidt tot destabilisatie en onevenwichtigheid van en in zijn directe, eigen, veilige leefomgeving en ver daarbuiten.  Hij begint daarmee hopelijk te begrijpen dat hij toch afhankelijk is van Al-het-andere om zich heen. En dat zijn egocentrisme niet de  meest veilige en verstandige weg is om te volgen.  Zo kent de verengde wetenschapstak van de natuurkunde dus het anthropisch principe, waarin alle natuurwetten van het totale universum  speciaal afgestemd zijn op de mens. Als dat geen egocentrisme is, zelfs bijna egomanie, wat dan wèl?  Egomanie is een obsessieve vooringenomenheid met zichzelf, en is van toepassing op iemand die zijn eigen ongecontroleerde impulsen volgt en bezeten is door  wanen van persoonlijke grootheid en die een gebrek aan waardering voelt. Iemand die lijdt aan dit extreem egocentrische focus is een egomaniak. De conditie is  psychologisch abnormaal.  Internetreferentie (16-11-11) (Eigen vertaling): http://en.wikipedia.org/wiki/Egomania  Nu zijn er desondanks af en toe aanwijzingen, dat het universum niet overal fijn-afgestemd is op het menselijk leven. Of beter gesteld: De  natuurwetten zijn mogelijk niet overal hetzelfde in het universum. Toch draaien de meeste mensen ook dit weer naar het enige dat zij  willen bewijzen toe. Zo ook in het artikel op de webplek van de Daily Mail. Als de wetten niet overal in het universum zo precies afgestemd  zijn op het intelligente wezen mens, dan moet het op die andere plekken vijandig zijn voor leven, en zeker voor intelligent leven, wordt  gesuggereerd in het artikel. Slechts één keer van de vijf wordt er geschreven: “leven zoals wij het kennen”, de andere vier keren wordt  alleen het woord “leven” op zich geschreven. Aan de ene kant kan dit worden weggeredeneerd als onnodige woordherhaling en  ruimtebesparing, maar aan de andere kant geeft het de indruk dat hiermee “alle leven” wordt bedoeld en dat alleen in de toevallige fijn-  afstemming van ons deel van het universum daadwerkelijk leven mogelijk is. Oftewel, de fijn-afstemming van dit deel van het universum  is speciaal daar, voor het bestaan van de intelligente levensvorm: Mens. En nergens elders in het universum bestaat een andere fijn-  afstemming voor mogelijk totaal ander intelligent leven. Nog altijd is de mens vanuit zijn egocentrisme zich wijs aan het maken dat hij die  ene speciale is, voor wie dit ganse universum is vervaardigd. En als hij niet in andere delen van het universum kan leven, dan ook niets en  niemand anders.  Omhoog http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-2056018/Laws-physics-change-depending-universe.html  http://www.bbc.co.uk/news/science-environment-15017484 en: http://www.reuters.com/article/2011/11/18/us-science-neutrinos-light-  idUSTRE7AH0T720111118 http://nl.wikipedia.org/wiki/Antropisch_principe  http://xroads.virginia.edu/~Hyper/POE/eureka.html  http://en.wikipedia.org/wiki/Egomania  http://nl.wikipedia.org/wiki/Eureka_(Edgar_Allan_Poe) http://en.wikipedia.org/wiki/Jainism  Volgende pagina