DE ALLEGORIE VAN DE T.U.-DELFT-GROT (Oftewel de (bijna-)verbanning van Dhr. Coen Vermeeren) 17 januari 2018 Kees Deckers In februari 2012 schreef ik onderstaande artikeltje, gericht aan Dhr. Luyben, voor de ingewijden bekend als de mens Karel Ch.A.M. Luyben  beplakt met de titels “professor” en “ingenieur” en “rector magnificus” van de Technische Universiteit Delft. De reden was het plan om Dhr. Coen  Vermeeren, ingewijde van die wetenschapsclub, als lid te verbannen, omdat hij zich niet gehoorzaam en naar voldoening aan de strenge en  stringente wetten hield van die wetenschapsclub.  September 2017, ongeveer 5,5 jaar later, is Dhr. Coen Vermeeren alsnog verbannen uit de grot van de T.U.-Delft. Voor de helderheid even een korte uitleg over wat een rector magnificus is:  Een rector (Latijn; letterlijk: leider, richtingaangever; bestuurder) is de bestuurder of het hoofd van een gymnasium. Aan de hogescholen kiezen jaarlijks de gezamenlijke  professoren een hunner tot hoofd der universiteit, die dan den naam van „rector magnificus" (— uitstekend) draagt. Meestal wordt achtereenvolgens uit elk der verschillende faculteiten een rector magnificus benoemd. Internetreferentie (16-01-2018): https://www.ensie.nl/wetenswaardig-allerlei/rector-magnificus De zogenaamde Nederlandstalige Wikipedia-encyclopedie komt niet eens met een taalkundige verklaring van de term, maar vertelt ondermeer:  Rector magnificus Rector magnificus (mv: rectores magnifici) of rector is de titel van de hoogleraar-directeur van een universiteit, lid van het college van bestuur. Hij of zij wordt meestal  verkozen (in België) of geselecteerd (in Nederland) omdat hij of zij een geacht lid van het hoogleraarscorps is en de functie graag wil vervullen. De rector vervult voornamelijk administratieve en bestuurstaken aangezien voor wetenschappelijk onderzoek en doceren meestal niet veel tijd overblijft. Hij is de 'ambassadeur' van de universiteit naar buiten toe.... ...Nederland De rector magnificus wordt in Nederland benoemd door de Raad van toezicht. Promoties aan een universiteit vinden formeel op gezag van de rector magnificus plaats; oraties ter aanvaarding van leerstoelen worden in Nederland ook gericht aan de rector magnificus. De benaming rector magnificus blijft in Nederland bij universiteiten in gebruik, en een enkele hogeschool heeft haar in 2010 ingevoerd.[1] Onder Nederlandse rectores magnifici zijn Nobelprijswinnaars als Hendrik Lorentz, Frits Zernike, Heike Kamerlingh Onnes en Willem Einthoven te vinden. Tot ca. 1970 was aan Nederlandse universiteiten de rector magnificus vaak de primus inter pares. De oudste Nederlandse rector  magnificus is Peter Tiara, die met een jaar onderbreking tussen 1575 en 1579 rector magnificus was van de Leidse universiteit. Sinds 1898 komen de Nederlandse rectores magnifici bijeen in het Rectoren College. Het Rectoren College vormt daarmee een informele overlegstructuur tussen de  Nederlandse universiteiten. Internetreferentie (16-01-2018): https://nl.wikipedia.org/wiki/Rector_magnificus Interessant is natuurlijk dat verschil tussen België (waar het plakplaatje al sinds 1968 is afgeschaft) en Nederland. In Nederland wordt de  “magnifieke bestuurder” namelijk niet “democratisch” gekozen, maar benoemd. En wel door een Raad van Toezicht. De vraag is dus wie in feite  de bestuurder is of beter zijn van de Nederlandse universiteiten. En in hoeverre de mensen met het plakplaatje “rectores magnifici” op hun  voorhoofd onder de plak zitten van kliekjes of misschien wel één kliekje anderen. Welbeschouwd zouden dat nog veel magnifiekere bestuurders  moeten zijn, toch? Voor meer daarover zie mijn vervolg-artikeltje: De allegorie van de T.U.-Delft-grot vervolg (oftewel de verbanning van Dhr. Coen Vermeeren). Hieronder mijn reactie van 6 jaar geleden, alleen gecorrigeerd op enkele intik- en spelfouten:  Geachte Heer Luyben,   Bij deze stuur ik u, als een stem uit het "gewone volk", mijn reactie op de manier waarop blijkbaar binnen de T.U. Delft verkettering mag  plaatsvinden. Dat vind ik jammer. Je zou verwachten dat we na eeuwenlang menszijn eens een stapje verder zouden zijn gekomen. Maar  blijkbaar is het enige waar de mens verder in komt zijn werktuiggebruik.  Enkele jaren geleden is een mens, die vastgeketend zat met een groot aantal andere mensen in de grot van de Technische Universiteit  Delft, door verder te denken dan geoorloofd is in die grot, losgeraakt van de ketenen, waarmee men zich daarin pleegt vast te leggen. De ketenen staan ook wel bekend als de wetten en regels van de "wetenschappelijke methode". Het is een methode met de meest harde  ketenen, die bestaan. Ze zetten mensen zo volkomen vast op een zitplek, dat zij alleen recht voor zich uit kunnen kijken, naar de  achterwand van de grot, waar van alles te zien is om ze bezig te houden. De mensen, die zich eenmaal met die methode hebben  vastgeketend, bemerken dat vaak totaal niet meer, omdat ze volkomen gefixeerd raken door de beelden, die op de achterwand van die  T.U.-Delft-grot te zien en te ervaren zijn. Volgens deze vastgeketenden zijn dat namelijk de beelden van de enige, èchte werkelijkheid.  Toen dan ook de mens, Coen Vermeeren, door verder na te denken, op het idee kwam om de ketenen van de wetenschappelijke methode eens wat losser te maken, had hij niet alleen de mogelijkheid om zich eens wat te ontspannen, maar ook om eens om zich heen te  kijken. En dat leidde ertoe dat hij tenslotte opstond en eens buiten de T.U.-Delft-grot ging kijken. Dat is op zich een menselijk recht,  zelfs in de T.U.-Delft-grot. Nieuwsgierigheid wordt namelijk toegejuicht. Maar blijkbaar toch niet zo ver als verwacht. Er was al wat angstig gemor en gemompel toen Coen Vermeeren zijn ketenen wat losser maakte, maar dat zwol sterk aan toen hij ook  nog eens opstond van zijn zitplaats en niet langer alleen maar naar de achterwand van de T.U.-Delft-grot keek. En de angst begon  ongekende proporties aan te nemen op het moment dat hij terugkeerde in de grot en weer plaats nam op zijn zitplaats. Velen onder zijn  medegrotgenoten hadden liever dat hij was weggebleven. Want wie weet wat hij allemaal had gezien, dat niet behoorde tot wat op de  achterwand plaatsvond en dus "gevaarlijk" was. En ja hoor, al snel merkten de medegrotgenoten dat er iets veranderd was in hun collega  Coen. Hij begon beweringen te verkondigen, die "buitengewoon" waren. Die niets van doen hadden met wat op de achterwand van de  T.U.-Delft-grot te zien en te ervaren was, die niets van doen hadden met de énige, èchte werkelijkheid, met het "gewone". Angst sloeg  velen van hen dan ook om het hart. Hun collega was "gevaarlijk" geworden. Vooral één medegrotgenoot, die wij meneer H. zullen  noemen, had zeer grote problemen met wat zijn collega Coen Vermeeren had gedaan. Meneer H.'s grootste angst had betrekking op alles wat "vreemd" of "vreemdeling" was. In niet mis te verstane bewoordingen en met veel stampij en woordbroddel bracht hij dat ook te  berde, om zijn andere medegrotgenoten te overtuigen dat de enige "wetenschappelijke" oplossing is om Coen Vermeeren te verbannen  uit de grot van de T.U.-Delft. Het enige verschil tussen Plato's grotmensen en de grotmensen van de T.U.-Delft is dat de laatsten, zogenaamde wetenschappers,  zichzelf vrijwillig opsluiten en vastketenen in de grot, volgens de wetenschappelijke methode. Volgens hen is dat namelijk de enige  manier en wijze om de werkelijkheid te zien en te ervaren, zoals zij ècht is.  Uit deze allegorie blijkt onder andere dat mensen allerlei redenen hebben om in grotten te blijven leven. De belangrijkste reden is het gevoel  van veiligheid. De grot wordt daarom ook be-paald en be-perkt met uitlatingen, zoals: Dit is, wat bestaat. Dat bestaat niet. Dat is onzin, dat is  half-gaar enzovoorts. Zo wordt, ook wetenschappelijk, stelling genomen. Een ieder die het artikeltje van meneer Dap Hartmann in zijn column leest, getiteld: TUFO DELFT (internetreferentie (03-2-12):  http://www.delta.tudelft.nl/artikel/tufo-delft/24330) zal zien dat er in het verhaal geen enkel wetenschappelijk argument wordt gebruikt om de  ideeën van Dhr. Coen Vermeeren te ontkrachten. De enige dicht daartoe neigende opmerking is: "Om te bepalen hoe ver een object van je  verwijderd is, moet je weten hoe groot het is of hoe snel het in transversale richting beweegt." Dat argument wordt gebruikt om een observatie  van Dhr. Vermeeren te ontkrachten. Maar laten we even logisch doordenken. Als we allemaal elk moment van de dag en volkomen bewust met  wetenschappelijke formules en berekeningen moeten uitzoeken hoe ver een auto van ons verwijderd is, of die voetganger, of die honkbal die, of  dat onbekende object dat op ons afkomt, dan zouden we nog niet eens de helft kunnen doen van wat we nu dagelijks doen. En we zouden al  platgereden zijn, met een hersenschudding in het ziekenhuis beland zijn en die voetganger dood gereden hebben, voordat we het zouden  hebben uitgerekend. Gelukkig zijn wij in staat om dat soort vier-dimensionale berekeningen in een flits en volkomen onbewust te doen. We  weten hoe groot dingen zijn, die op ons afkomen of ergens hangen, en we weten dat zelfs zonder verengd wetenschappelijke methodes en  formules. En op het moment dat we zelf niet zeker zijn, weten we dat ook. En proberen we dat alsnog te berekenen of op andere wijze uit te  vinden.  Wat mij verder opvalt in het artikeltje, en dat is waarom ik dat ook in de bovenstaande allegorie heb gebruikt, is dat meneer Hartmann nogal  veelvuldig termen toepast met betrekking tot "vreemdeling". Het kan zijn dat hij dit met opzet doet, omdat hij een bepaalde groepering mensen  op zijn hand wil krijgen, maar het kan ook wijzen op een behoorlijke dosis angst. Hij gebruikt driemaal "buitenaardse griezel", tweemaal de  term "aliens" en tweemaal de term "verblijfsvergunning". Ook de term "massamoordenaar" heeft hij nodig. Het geeft, bedoeld of onbedoeld,  waar of niet waar, de indruk dat de angst van meneer Hartmann voor alles en iedereen, die niet tot zijn grot behoort, zeer groot is, omdat hij  "aan de buitenkant meestal niet (kan) zien dat er aan de binnenkant een paar draadjes verkeerd gemonteerd zijn." Dus creëert hij samen met  anderen een grot, waarin hij alleen de "normale mens" toelaat. Wat dat is, een normaal mens? Waarschijnlijk weet meneer H. dat iedereen  haarfijn uit te leggen volgens de "wetenschappelijke methode".  En wat is veiliger voor meneer H. als een T.U.-Delft-grot, waar zijn ideeën de waarheid en niets dan de waarheid zijn, en daaromheen nog een  extra muur, die het "vreemde", maar vooral ook de "vreemdeling" weert met "verblijfsvergunningen". Dat is jammer. En dat is ook de reden dat  ik mijn vertrouwen stel in Dhr. Coen Vermeeren en niet in meneer Hartmann.  Ik ga er vanuit dat mensen, die zich met wetenschap bezighouden redelijk intelligent zijn. En dat zij daardoor geen woorden nodig hebben, zoals  Dhr. Hartmann ze gebruikt. Ja, het is heel duidelijk dat Dhr. Hartmann kwaad is, dat verraadt ook zijn angst. Maar zijn angst en kwaadheid  verraden tevens, dat hij geen bewijs kan overleggen. En zelfs dat is begrijpelijk. Maar nog geen reden om anderen niet de kans en de  mogelijkheid te bieden om dat bewijs wel te vinden. En er tenminste open over te mogen denken en filosoferen. Ook en juist binnen de  "gemeenschap van onderwijzers en academici", zoals de Nederlandstalige Wikipedia de universiteit omschrijft.  Zelf beschouw ik de term altijd wat anders. Voor mij is ze afgeleid van het woord universum, wat staat voor heel-al, oftewel alle dingen in zijn  geheel. Voor mij houdt een universiteit zich bezig met het onderzoek van ons universum, ons "hele al". Dat wil zeggen dat het letterlijk alles  onderzoekt dat er is, ongeacht wat. Want alles wat zich daarin manifesteert van een snaartje en een quantumdeeltje tot een zwart gat, een  mens, en een gedachte of fantasie is onderdeel van dat "hele al" en het dus waard om het te onderzoeken. Maar blijkbaar vergis ik mij.  Blijkbaar is een universiteit inderdaad dat wat de Nederlandstalige Wikipedia ervan maakt, een "gemeenschap van onderwijzers en academici",  en daarbij een zeer gesloten en close-minded gemeenschap. Dat wekt geen vertrouwen.  Het enige argument van Dhr. Hartmann lijkt steeds een bewering te zijn van Carl Sagan: "Buitengewone beweringen verlangen buitengewoon  bewijs". Deze bewering en uitspraak verlangt op zich ook eerst bewijs. Klopt die uitspraak en bewering? Is er bewezen dat "buitengewone  beweringen" "buitengewoon bewijs" vereisen? Of is dat slechts een kreet om de discussie te doden? De wetenschap zelf treft het, ze kunnen  allerlei "buitengewone beweringen" doen en er vervolgens naar hartelust "gewone" en "buitengewone bewijzen" voor gaan zoeken. De Big Bang,  supersnaartjes, het universum is een hologram, donkere energie, donkere materie, het Higgs Boson zijn allemaal "buitengewone beweringen"  van binnen de muren van de wetenschap. Zijn er al "buitengewone bewijzen"? Nee? Maar leiden die bewijzen er ook niet altijd toe dat ze  "gewoon" worden? Doordat ze bewezen worden? Zelfs de bewering: "Niets kan sneller gaan dan het licht" is een buitengewone bewering  geweest en is het nog. Want het is altijd mogelijk dat zeer veel ongezien en nog nooit waargenomen sneller gaat dan het licht. Ik volg  wetenschappers daarom met evenveel interesse als niet-wetenschappers. Ze zijn het allemaal exact evenveel waard om naar te luisteren. En als  ze komen aandragen met een "buitengewone bewering", die blijkbaar voortkomt uit wereldwijde "waarnemingen", dan is er blijkbaar iets  gaande. Er zijn al heel lang zeer veel, zelfs door niet-menselijke zintuigen, maar door zintuig-extensies, zoals het radar, bemerkenswaardige  waarnemingen gedaan. Anekdotisch? Ja, zolang ze niet, zoals van de wetenschap verwacht mag worden, onderzocht worden. Dat begint bij  verzamelen van waarnemingen. Op dat gebied is er al veel werk verricht. Buiten de wetenschap om. Desondanks blijven velen, niet allen,  binnen de wetenschap dat verzamelde materiaal negeren. En tot daadwerkelijk gedegen onderzoek komt het niet. Behalve als het blijkbaar de  wetenschap zelf uitkomt. En als iemand binnen die wetenschappelijke wereld dan eens oppert om dat toch te doen, hij is trouwens zeer zeker  niet de enige, dan wordt hij al spoedig tot "gekkie" verklaard, een denigrerende term, hoe vaak Dhr. Hartmann ook zegt dat het niet zo is  bedoeld. Dat is niet de manier, waarop mensen met elkaar omgaan. Het noemen van een clubje mensen met de naam "Skepsis" heeft geen  enkele bewijslast, wie er ook in dat clubje zit en hoe beplakt met titels die ook mogen zijn. Scepsis betekent twijfel. Maar het clubje van  "Skepsis" twijfelt niet. Het weet. Het is daarmee goddelijk hoog boven ons "gewone" mensen verheven, althans dat is de mening en  "buitengewone bewering" van Dhr. Hartmann.  Ik zou Dhr. Hartmann en veel andere wetenschappers ook voor "dom" kunnen betitelen, met hun theorie om te proberen door radiosignalen  leven buiten onze Aarde te detecteren. Als niets sneller kan gaan dan het licht, dus ook radiosignalen niet, waar ben je als wetenschapper dan  mee bezig? Waarom gebruik je dan geen detectie van lichtsignalen? Of waarom stuur je dan een Voyager in plaats van een pakketje licht? Heeft  die zelfde Carl Sagan toch aan meegewerkt? En misschien is dat één van de dingen, die een buitenaardse intelligentie al doet? Misschien zijn  een aantal waarnemingen van mensen, daarop terug te voeren? Is dat geen onderzoek waard? Met wetenschappelijke middelen en  mogelijkheden en volgens de wetenschappelijke methode? Wordt het niet eens tijd om het echte recht van de twijfel toe te passen? En niet de al be-paalde en be-perkte werkelijkheid van een clubje niet sceptici, die zich "Skepsis" noemen en Dhr. Hartmann, een astronoom die zich blijkbaar  erg aangevallen voelt door wat andere mensen bezighoudt en onderzoeken willen?  Tot slot eindig ik hopelijk op een wat plezieriger noot en toon. Misschien kent u de website. In ieder geval is dit het adres:  http://symphonyofscience.com. Ik wijs daarbij graag naar het nummer "We are all connected" (Carl Sagan's lyrics written by Carl Sagan, Ann  Druyan and Steven Soter) en heb enkele uitspraken/beweringen uit de tekst in cursief gemarkeerd. We are all connected. We hebben elkaar ook  daarom op deze Aarde allemaal nodig en mogelijk in de toekomst tot ver daarbuiten. Maar we zullen dat nooit bereiken als we elkaar voor  "gekkies" uit blijven maken en onszelf blijven opsluiten in deze en gene grot tot de tanden gewapend met stellingnames. Zonder echte,  gerechtvaardigde twijfel, welke openlijk onderzoek verdient.  [deGrasse Tyson] We are all connected; To each other, biologically To the earth, chemically To the rest of the universe atomically [Feynman] I think nature's imagination Is so much greater than man's She's never going to let us relax [Sagan] We live in an in-between universe Where things change all right But according to patterns, rules, Or as we call them, laws of nature [Nye] I'm this guy standing on a planet Really I'm just a speck Compared with a star, the planet is just another speck To think about all of this To think about the vast emptiness of space There's billions and billions of stars Billions and billions of specks [Sagan] The beauty of a living thing is not the atoms that go into it But the way those atoms are put together The cosmos is also within us We're made of star stuff We are a way for the cosmos to know itself Across the sea of space The stars are other suns We have traveled this way before And there is much to be learned I find it elevating and exhilarating To discover that we live in a universe Which permits the evolution of molecular machines As intricate and subtle as we [deGrasse Tyson] I know that the molecules in my body are traceable To phenomena in the cosmos That makes me want to grab people in the street And say, have you heard this?? (Richard Feynman on hand drums and chanting) [Feynman] There's this tremendous mess Of waves all over in space Which is the light bouncing around the room And going from one thing to the other And it's all really there But you gotta stop and think about it About the complexity to really get the pleasure And it's all really there The inconceivable nature of nature Vriendelijke groet en Hoogachtend, Kees Deckers Omhoog