Omhoog Vorige pagina Terug naar de natuur? De natuur-liefhebbers roepen heel graag, dat als we maar "terug naar de natuur" gaan, alles veel beter zal worden en zijn. Maar welke natuur  bedoelen ze dan? We moeten maar even aannemen dat ze dan die natuur bedoelen van vogels, bloemen en bossen, of beter gesteld de  gehele biosfeer van de Aarde. Dat is de "levende natuur" oftewel de biologie. En het is de natuur, die niet door mensen zelf is vervaardigd en  in elkaar gezet.  De vraag is tot hoever de natuur-liefhebbers terug willen naar die natuur. Willen ze terug tot dat moment, waarbij Adam en Eva nog niet van  die Boom van de Kennis hebben gegeten en dus nog niet zijn verjaagd uit de Tuin van Eden, om maar een beeld te gebruiken uit twee van de  wereldreligies? Dat houdt dan gelijk in dat ze geen idee hebben van wat en wie ze zijn. Het ego is gelijktijdig daarmee ook mooi opgelost en  bestaat niet meer. Iets waar veel mensen hedentendage en ook al sinds duizenden jaren geleden alles aan doen om dat te bereiken. De mens  zoals zij nu is houdt dan op te bestaan, want zij kan haarzelf niet langer meer kennen als bijzonder en "los" van de natuur. De mens volgt  weer volledig het ritme van de seizoenen, van dag en nacht en van haar eigen reflexen en vlucht- of vechtinstincten. Zonder één gedachte  daarbij, zonder één idee en zonder één fantasie. Mogelijk met zo nu en dan een vluchtige droom tijdens de slaap.  Terzijde. Zo ook vraag ik mij altijd weer af waar "hier-en-nu"-liefhebbers hun grens leggen. Vooral met betrekking tot het "nu". Hoe kort is  dat "nu"? Gaat het om het totale eigen leven? Het laatste jaar? De laatste twee dagen? Om enkele minuten? Of gaat het daadwerkelijk alleen  om dìt moment? Misschien zouden deze mensen eens het verhaal moeten lezen van Clive Wearing, beter bekend als "The man with the  Seven Second Memory" (De Man met het zeven-seconden-geheugen), beschreven door Oliver Sacks in zijn boek "Musicophilia, Tales of  Music and the Brain" (Musicophilia, Verhalen over muziek en het brein). Zijn toestand, in dit geval veroorzaakt door een hersen-infectie,  herpes encephalitis, staat niet op zich. Door de infectie werden delen van de hersenen van Clive Wearing aangetast, die te maken hebben  met het geheugen. Als gevolg daarvan kan hij zich voort-durend maar zeven seconden van zijn bestaan herinneren. Oftewel, zoals zijn  vrouw schreef:  Het was alsof elk moment van wakker zijn het eerste moment van wakker zijn was. Clive was onder de voortdurende indruk dat hij juist ontwaakt was uit  bewusteloosheid, omdat hij geen bewijs had in zijn eigen geest ooit eerder wakker te zijn geweest... "Ik heb niets gehoord, niets gezien, niets aangeraakt, niets  geroken," zei hij. "Het is alsof je dood bent."  Eigen vertaling van een citaat op pagina 203 van het boek "Musicophilia, Tales of Music and the Brain", Oliver Sacks, Picador, Great Britain,  2008, I.S.B.N.: 978-0-330-41838-6. Waarschijnlijk bedoelen natuurliefhebbers dat niet met hun teruggaan naar de natuur. Maar ik ben vaak zeer nieuwsgierig waar zij dan wel de  grens leggen. Want  breien is ook een techniek, evenals kantklossen en dieren temmen of het gebruik maken van een ploeg, een schaar of  een naald. En zonder kruiden- en andere natuur-medicatie, wat toch gebruik maken is van bepaalde technieken, zullen veel mensen al een  vroege dood sterven en zullen als het om bacterieën, virussen en andere ziekteverwekkers gaat weer alleen de natuurlijk sterksten overleven.  Willen we als mens deze weg volgen? De energiemiddelen van onze planeet niet verder beheersen dan tot de grens waar de mens zelf de  natuur zou moeten gaan "aanroeren"? Is dat beter?  Is het mogelijk op deze wijze een Type I-Beschaving te bereiken? Vermoedelijk wel. Maar kan het zijn dat de mens daarmee mogelijk  volkomen tegen zijn eigen natuur ingaat?  De mens als een technologisch wezen  Keren we terug naar de theorie van Leslie White, die de vooruitgang van een cultuur meet met de "formule P = E × T, waarin P de  vooruitgang van de cultuur meet, E een maat is voor het energieverbruik, en T de maat is voor de efficiëntie, waarmee de technische  factoren gebruik maken van de energie." P staat dus voor verschillende beschavingsniveau's. Zo staat zij op een bepaald moment voor de  Type I-Beschaving, namelijk als E, de maat van het energiegebruik, ligt op het beheersen van alle energiemiddelen van de eigen  geboorteplaneet en als T door efficiënte technieken en technologieën dat mogelijk maakt. Dus uit het idee van de formule P = E x T is het  idee van de Schaal van Kardashev geëvolueerd. En daaruit evolueren weer nieuwe ideeën, zoals de al eerder genoemde, onzinnige formule  CO2 = P x S x E x C, welke door Bill Gates wordt gepropageerd. En het vindt bijvoorbeeld ook weer verder voortgang in het kortgeleden uitgekomen boek van Peter-Paul Verbeek, Nederlandse hoogleraar  Filosofie van Mens en Techniek aan de Universiteit van Twente, getiteld: "De grens van de mens - over techniek, ethiek en de menselijke  natuur". Verbeek zoekt in zijn boek naar een manier waarop de mens op ethische wijze kan omgaan met de steeds voortschrijdende techniek  en technologie, vanuit het standpunt dat de mens van meet af aan onlosmakelijk verstrengeld is met techniek. Oftewel, zonder techniek zou  de mens niet zijn wat hij thans is.  Zonder het vuur, het schrift, de bril, het vliegtuig en de telefoon zouden wij niet de mensen zijn die we nu zijn. Sterker nog: doordat we technieken zijn gaan  ontwikkelen en gebruiken, hebben we de richting van onze eigen evolutie beïnvloed. De mens is een technisch wezen.  ... Technologie verandert voortdurend het karakter van het menselijk bestaan, en mensen geven voortdurend opnieuw vorm aan zich zelf in interactie met technologie -  van de ontwikkeling van het schrift tot de uitvinding van vaccinaties, van reageerbuisbevruchting tot hersenimplantaten.  ... De centrale gedachte in deze benadering is dat mens en techniek los van elkaar begrepen kunnen worden, maar alleen in hun onderlinge verhouding. Ze zijn niet  alleen feitelijk vaak met elkaar verweven, maar ze zijn ook niet zonder elkaar te begrijpen. Mens en technologie constitueren elkaar: ze zijn wat ze zijn in relatie tot  elkaar.  Citaten van pagina 27 en 28 van het boek "De grens van de mens - over techniek, ethiek en de menselijke natuur", Peter-Paul Verbeek, Lemniscaat, Rotterdam, 2011,  I.S.B.N.: 978-90-477-0353-2.  Hersenimplantaat voor "diepe hersen-stimulatie" Internetreferentie (20-05-11): http://www.utwente.nl/gw/wijsb/organization/verbeek/oratie_ned.pdf Op dit gebied zijn, zoals hij zegt, twee kampen ontstaan: "Het ene kamp wil de mens beschermen tegen de techniek" en "het andere (kamp)  wil de mens zo snel mogelijk verbeteren met alle technische middelen die ons ter beschikking staan".   Peter-Paul Verbeek is voorstander van noch het ene, noch het andere kamp. Omdat hij gelooft dat de mens een bij uitstek technologisch  wezen is, zoekt hij een antwoord in de ethiek.  Tot waar mag de mens gaan met techniek en technologie?  We can rebuild you... and All-else, we have the technology  We can rebuild you... and All-else, we have the technology (we kunnen je herbouwen... en Al-het-andere, we hebben de technologie). In de  jaren 70-tig was de Amerikaanse televisieserie "The Six Million Dollar Man" enorm populair.  In de openingsscène, identificeert een verteller (producer van de serie Harve Bennett) de hoofdrolspeler, "Steve Austin, astronaut. Een man die nog nauwelijks in  leven is." Richard Anderson, in de rol van Oscar Goldman, zegt vervolgens buiten beeld, "Heren, we kunnen hem herbouwen. We hebben de technologie. We hebben  de bekwaamheid om 's wereld's eerste bionische man te bouwen. Steve Austin zal die man zijn. Beter dan hij voorheen was. Beter...sterker...sneller." Tijdens het eerste  seizoen, startend met De Man van Zes Miljoen: "Populatie Nul", zei Anderson, in de rol van Goldman, eenvoudiger, "We kunnen hem herbouwen. We hebben de  technologie. We kunnen hem beter maken dan hij was. Beter...sterker...sneller."  Internetreferentie (09-06-11) (Eigen vertaling): http://en.wikipedia.org/wiki/The_Six_Million_Dollar_Man  Man van Zes Miljoen  De Man van Zes Miljoen was een populaire Amerikaanse televisieserie uit de jaren zeventig. De reeks liep op de zender ABC van 1974 tot 1978. De hoofdrol van  Steve Austin werd gespeeld door Lee Majors die een idool werd in de jaren zeventig.  De serie vertelt het verhaal van astronaut Steve Austin die na een vreselijk ongeval bijna dood is. Hij wordt herbouwd met moderne technologie die 'bionica'  (cybernetica) wordt genoemd. De gehele 'herbouw' inclusief 'onderdelen' kost bij elkaar zes miljoen dollar waarmee de titel van de serie is verklaard.  De reeks was gebaseerd op de novelle Cyborg van Martin Caidin. De achtergrond van de novelle is gebaseerd op de crash van voormalig astronaut Steve Austin in een  M2-F2. In de openingssequens van de serie gebruikte men originele beelden van de crash van Bruce Peterson uit 1967. Austin raakt zwaar gewond en krijgt een  operatie die zes miljoen dollar kost. Zijn rechterarm, beide benen en linkeroog worden vervangen door bionische implantaten die zijn kracht, visie en snelheid  bovenmenselijk maken en het Amerikaanse publiek kennis lieten maken met medische bionische implantaten.  ... Trivia  Hoewel bionische implantaten toen nog sciencefiction waren zijn ze dat nu niet meer. Op 3 april 2006 ging een symposium van start, als deel van Experimental  Biology 2006, getiteld "De Man van Zes Miljoen". Wetenschappers legden uit hoe men nu gedeeltelijk kan waar maken wat in de jaren zeventig nog sciencefiction  was, zoals elektronische armen, benen en ogen zoals men die aan de man van zes miljoen gaf. Het symposium was een onderdeel van het wetenschappelijk  programma van de American Association of Anatomists.  Internetreferentie (09-06-11): http://nl.wikipedia.org/wiki/Man_van_Zes_Miljoen  In de serie werd uitgebeeld hoe mens en techniek in een mogelijke toekomst steeds verder met elkaar verweven zouden kunnen raken.  Kijkend naar onze geschiedenis is de mens van meet af aan bezig met het maken van werktuigen en andere dingen om letterlijk Alles beter te  maken. En van meet af aan verstrengelt hij zich voort-durend verder met de door hem gecreëerde technieken en technologieën.  "Beter...sterker...sneller" enzovoorts. Ook de term "homo faber" verwijst daar onder andere naar.  Homo faber  Homo faber (Latijn voor "Mens de Smid" of "Mens de Maker"; in verwijzing naar de biologische naam voor de mens, "Homo sapiens" wat "de wijze mens" betekent)  is een concept geformuleerd door Hannah Arendt en Max Scheler. Het verwijst naar mensen die hun omgeving beheersen door werktuigen. Henri Bergson refereerde  hier ook aan in The Creative Evolution (De Creatieve Evolutie) (1907), intelligentie definiërend, in zijn originele betekenis, als het "vermogen om kunstmatige  objecten te creëren, met name werktuigen om werktuigen te maken, en om tot in het oneindige zijn maaksels te variëren."  In Latijnse literatuur, gebruikt Appius Claudius Caecus deze  term in zijn Sententiæ, verwijzend naar de mogelijkheid van de mens om zijn levenslot en wat hem  omringt te beheersen: Homo faber suae quisque fortunae ("Elke mens is de ambachtsman van zijn levenslot").  In de anthropologie, wordt homo faber (als "de werkende mens") geconfronteerd met "homo ludens" (de "spelende mens," die zich bezighoudt met amusement, humor  en ontspanning).  Het kan ook gebruikt worden tegenover of naast "deus faber" (god de creator, de makende god), waarvan de verschillende goden van de smederij een archetype zijn.  Internetreferentie (09-07-11) (Eigen vertaling): http://en.wikipedia.org/wiki/Homo_faber  De geschiedenis van die werktuigmakende mens wijst erop dat zij op allerlei manieren letterlijk alles probeert te vervangen door eigen  (re)creaties. Niet alleen buiten zichzelf, maar ook binnen zichzelf. Waarom? Is dat een natuurlijk en biologisch proces in de mens? Zeker als  we uitgaan van het verengd wetenschappelijke idee dat het bewustzijn en de geest van de mens niet meer zijn dan een bij-product van de  hersenen zouden we dat kunnen aannemen.   De mens is dus van meet af aan een technologisch wezen. In feite probeert zij alles wat zij in de natuur tegenkomt na te apen en te  verbeteren. Met als doel en reden om er beter van te worden, oftewel langer te kunnen overleven en voort te bestaan. Zij verdrukt met haar  eigen creaties echter de bestaande natuur, met alle gevolgen van dien. De vraag is daarom, is die technologische vooruitgang altijd zo  verstandig en belangrijk? En zo ja, hoe dienen we er dan mee om te gaan? Om niet alles in de natuur te vervangen door door de mens  gemaakte technische en technologische kopieën. Tenslotte, kopieën zijn altijd minder goed dan het origineel. Of niet?  Techniek en technologie zijn echter sterk gebaseerd op het verengd wetenschappelijke en mechanistische idee van Newton met betrekking tot  het universum. En op het daaruit voortvloeiende idee dat ook de mens niet meer is dan een machine met losse onderdelen, waaronder een  zeer geavanceerde computer, dat het brein of de hersenen wordt genoemd. Alles wordt door de verengde wetenschappers die dit geloof  aanhangen hedentendage teruggebracht tot toevallige en mechanistische gebeurens. De mens heeft in dat geloofsidee dan ook geen vrije wil.  En alles is maakbaar in een dergelijk universum, van de Mens (Ik) als MiddelPunt zèlf tot Al-het-andere.  Terzijde. Ook de term "Mens (Ik) als MiddelPunt" is gebaseerd op het idee van de mens als technologisch wezen, zoals te lezen valt op mijn  webplekpagina: Mens (Ik) als MiddelPunt.  De term "MiddelPunt" De Mens (Ik) als MiddelPunt is een wezen dat zich ervaart als het middelpunt van Alles. Tegelijkertijd ervaart zij zich ook als slechts een zeer  klein punt in Alles. Dat laatste leidt tot zowel angst voor, als nieuwsgierigheid naar Al-het-andere dat niet zijzelf is. Zij gebruikt in eerste  instantie haarzelf en later ook Al-het-andere als middel om haarzelf te beschermen en te verzekeren van een zolang mogelijk voortbestaan.  Daarbij blijft zij haarzelf gelijktijdig als het midden, het centrum van Alles ervaren. Dat wordt veroorzaakt door haar zintuigen. Deze zijn be-  paald en be-perkt, waardoor slechts een zeer klein deel van de totale werkelijkheid aan haar bewust kan worden. De Mens (Ik) als  MiddelPunt ervaart derhalve slechts een deelwerkelijkheid van de totale werkelijkheid, haar eigen, directe omgeving. Deze omgeving en  haarzelf, probeert de Mens (Ik) als MiddelPunt, zo veilig mogelijk te maken, vaak ten koste van al hetgeen verder weg ligt dan haarzelf en  haar eigen, directe omgeving. Door werktuigen te maken, veelal orgaanprojecties van haar eigen lichaam, weet zij steeds verder te reiken  en haar eigen, directe omgeving steeds verder uit te breiden over een steeds grotere ruimte. In eerste instantie voort-durend zichzelf als  voorbeeld gebruikend en later ook Al-het-andere om nieuwe en "betere" middelen en instrumenten te maken om de directe, eigen omgeving  op haar eigen wijze opnieuw te maken, te re-creëren.  De mens houdt zich dus bezig met vertechnologisering van zichzelf en met vertechnologisering van Al-het-andere:   De verweving van mens en technologie uit zich onder andere in haar creaties:  Schoen, houten been, bril, kunstgebit, gehoorapparaat, kunsthart, rolstoel, botox, kunstarm, klikgebit, rollator, booster, hersenimplantaat  enzovoorts. Oscar Pistorius, beter bekend als Blade Runner, in actie Internetreferentie (06-07-11): http://www.bbc.co.uk/southyorkshire/content/articles/2008/06/26/beijing_2008_olympic_blog_feature.shtml De verweving van Al-het-andere en technologie uit zich onder andere in creaties als:  Ploeg, paard en wagen, fiets, telescoop, automobiel, luidspreker, telefoon, schip, televisie, microscoop, vliegtuig, raket, satelliet, computer,  nanomachine enzovoorts. Dat zelfs ruimtevaartuigen in feite gebaseerd zijn op naäperij oftewel gebruik maken van projecties van de eigen organen blijkt wel uit de  illustratie van het Cassini-Huygens-ruimtevaartuig, zoals te vinden op de webplek van de N.A.S.A.  Overzicht van het Cassini-Huygens-ruimtevaartuig NASA, Jet Propulsion Laboratory, Cassini Equinox Mission Internetreferentie (06-07-11): http://saturn.jpl.nasa.gov/spacecraft/overview/ Zoals Peter-Paul Verbeek het stelt op pagina 44 van zijn al eerder genoemde boek:  Onze grenzen lijken te verdampen door de nieuwste technologische ontwikkelingen: zowel in ons 'buiten' als in ons 'binnen' lijkt technologie de dienst uit te gaan maken.  Maar, nogmaals, tot hoever mogen de technologie-liefhebbers gaan met hun naäperij? En tot hoever mogen de natuur-liefhebbers gaan?  Vooral als het er ons om gaat om in gezamelijkheid van een Type 0-Beschaving over te stappen naar een Type I-Beschaving, oftewel om als  mensheid onze toekomst op Aarde niet alleen veilig te stellen, maar ook te verbeteren door onze ruimte verder uit te breiden naar buiten  onze geboorteplaneet. Daarvoor is naast een bepaald niveau van technologie en een bepaald niveau van het gebruik van energiemiddelen ook  ethiek nodig. Een verantwoorde wijze van omgaan met elkaar en met de gehele biosfeer van de Aarde, onze eigen, directe, veilige omgeving.  Maar ook met letterlijk alles daarbuiten. De vraag tot hoever de Mens (Ik) als MiddelPunt mag ingrijpen in zichzelf en in Al-het-andere is een  vraag die voort-durend goed in ogenschouw genomen dient te worden. Zowel door de natuur-liefhebbers, die menen dat "terug naar de  natuur" alle oplossingen biedt, als door technologie-liefhebbers, die menen dat elke nieuwe techniek en elke nieuwe technologie een  verbetering is van wat de natuur al heeft te bieden.  Het beste antwoord is het voort-durend bewust-zijn dat de mens zonder een eigen, directe, veilige omgeving niet kan bestaan en dat die  eigen, directe, veilige omgeving weer afhankelijk is van de veel grotere omgeving van ons universum. Rücksichtslos sleutelen aan Alles kan  allerlei evenwichten, zowel binnen als buiten de mens zo uit balans brengen, dat onomkeerbare processen in gang worden gezet.  Technologie of biologie  Het artikel over de Schaal van Kardashev op de Engelse Wikipedia koppelt technologie sterk aan het beheersen van energie en daarmee aan  de opeenvolging van de niveau's van beschavingen. In dit artikel hebben we gekeken naar de techniek en technologie, ook wel cultuur  genoemd, en de daartegenover staande natuur en biologie. Ten eerste moet daarbij in gedachten gehouden worden dat deze woorden en  termen bedenksels van de mens zelf zijn. Ten tweede blijkt uit de geschiedenis van de mens dat hij, als een onderdeel van de biologie ofwel  de "levende natuur", voort-durend gebruik maakt van zelfgemaakte werktuigen om zichzelf en zijn eigen, direct omgeving te verbeteren.  Werktuigen, techniek en technologie, van duimstok tot computer, worden cultuur genoemd, omdat ze door homo faber, de makende mens zijn  vervaardigd. Maar hoewel ze daarmee volgens de gebezigde definitie van natuur tot het tegenovergestelde ervan zouden moeten behoren,  behoren ze in feite als deelverzameling tot de totale natuur. We kunnen stellen dat de natuur de "levende natuur", de biologie heeft  voorgebracht als deelverzameling. Deze deelverzameling heeft daarna de deelverzameling mens voortgebracht. En die deelverzameling mens  is doende om zelf weer zowel "niet-levende" als "levende natuur" voort te brengen. Zo houdt ook het (re-)creëren van levende natuur de  mens al sinds mensenheugenis bezig, getuige creaturen als de golem, het monster van Frankenstein en de man van zes miljoen.  Doordenkend staat de mens daarmee voor een deel van de natuur, dat druk doende is alle andere natuur, zowel niet-levende als levende,  opnieuw te creëren en te vervangen door een eigen bedachte en gemaakte natuur. Een natuur die volgens de mens zelf beter is, omdat zij  veiliger is en het voortbestaan van hemzelf qua leeftijd als qua volgende generaties zo lang mogelijk rekt. Maar het is een nieuwe "natuur",  die in eerste instantie alleen ten goede komt aan de mens zelf.  Deze ontwikkeling lijkt een evolutionaire. De vraag die daarbij gesteld dient te worden is of alles maar geoorloofd is, of dat er paal en perk  gesteld dient te worden aan het naäpen door de mens. Dat vraagt bewust denken, voelen en handelen. En ons afvragen wat nu eigenlijk het  doel is van de Mens (Ik) als MiddelPunt en van de totale mensheid. Wie bepaalt dat, zowel voor het individu als voor de totale mensheid?  Een nastrevenswaardig doel is de idee van Nikolai Kardashev met betrekking tot het bereiken van verschillende niveau's van beschaving.  Maar dat vraagt meer dan alleen het "beheersen" van alle energiemiddelen van een planeet, een zonnestelsel en een melkwegstelsel. Tot  waar mag de Mens (Ik) als MiddelPunt sleutelen aan zichzelf en aan Al-het-andere? Daarmee komen we terecht op het terrein van de ethiek.  Peter-Paul Verbeek stelt daarbij voor de mens een ethiek voor, die "in plaats van een grenswachter die de mens beschermt tegen de  techniek" te zijn, "een begeleider (is) die erkent dat technologie mede vormgeeft aan het mens-zijn en die zelf actief betrokken wil zijn in  dat proces" (zie pagina 128 van zijn eerder genoemde boek). Deze vorm van ethiek, waarbij de mens "niet het criterium, maar de inzet van  de ethiek" is, is, zoals zal blijken in het derde en laatste artikel, van vitaal belang voor de mens om de ruimte buiten de Aarde te kunnen  koloniseren.  Voor de Type I-, II- en III-Beschaving is mijns insziens een dergelijke ethiek ook nodig voor alles wat niet mens is. Een ethiek die van de  term "beheersen" afstapt en overstapt naar "beheren". Dat laatste houdt in dat hij ook zorg draagt voor en verantwoordelijk is over wat hij  met energie, energiemiddelen en de gevolgen van het gebruik ervan doet.  Samenvattend  De Schaal van Kardashev is een goede manier om het niveau van een beschaving te bepalen op grond van haar beheersing van energie. Op  dit ogenblik staat de mensheid nog te boek als een Type 0-Beschaving. Wij hebben het eerste niveau van beschaving op de Schaal nog niet  eens bereikt. En het is de vraag of wij dat wel redden, gezien ons gedrag.  Wat is er nodig voor een Type I-Beschaving? In het eerste artikel van drie heb ik gekeken naar geld en energie. In dit artikel naar technologie  en biologie. Er is al zeer lang een grote kloof tussen wat ik natuur-liefhebbers en wat ik technologie-liefhebbers heb genoemd. Die kloof draait  om de termen "natuur" en "cultuur", en "technologie" en "biologie", ofwel "levende natuur". De term "natuur" wordt gedefinieerd met: "De  werkelijkheid onaangeroerd door de mens, oorspronkelijk opgevat, tegenovergesteld aan cultuur". Derhalve wordt alles wat door de mens  wordt "aangeroerd" met de term "cultuur" betiteld, waarbij het maken van werktuigen en het gebruik van energie voorop staan.  De kreet "terug naar de natuur", gebruikt door de natuur-liefhebbers, wil zeggen dat deze mensen terug willen naar een door de mens  "onaangeroerde" natuur. Maar wat betekent dat precies? Waar ligt de grens? Geen trui meer breien? Geen huis bouwen? Geen kunstgebit?  Geen computer? Geen papier en dus ook nauwelijks tot geen geschreven taal meer? Nogmaals, waar ligt de grens? Maar ook, wie legt die  grens? Technologie-liefhebbers zijn geneigd om letterlijk alles te vervangen met eigen, "betere" (re-)creaties. Tot hoever mogen zij gaan?  De kloof tussen beide soorten liefhebbers is echter gebaseerd op de idee dat de mens meer bijzonder is dan de rest van de natuur. En dat zijn  maaksels niet natuurlijk zijn. Maar welbeschouwd is letterlijk alles in ons universum natuur. In die natuur heeft de deelverzameling "niet-  levende natuur" een deelverzameling van "levende natuur" voortgebracht, waaronder de mens. En de mens (re-)crëeert op eigen-wijze die  natuur weer ter eigen bescherming en beveiliging van de directe, eigen omgeving, zodat zij langer kan leven en voortbestaan.  Bij de vraag of "technologie of biologie" nodig is om een Type I-Beschaving te bereiken, dient onder andere gekeken te worden naar hoe de  mens in de schepping staat en naar hoe de evolutie en de geschiedenis van de mens tot nu toe is verlopen. Daaruit lijkt het erop dat de mens  niet zonder techniek en technologie kan.  Is het werktuig maken van de mens een natuurlijk en biologisch proces in de mens? Kan de mens wel los gezien worden van techniek en  technologie? Is die schijnbaar onlosmakelijke verstrengeling van mens en techniek niet van enorm belang voor zijn overleving en  voortbestaan? Uit de antwoorden op al deze vragen lijkt het erop dat de mens "van nature" een technisch wezen is.  Tenslotte, wil de mens niet afhankelijk blijven van zijn geboorteplek en -omgeving, de Aarde, dan zal hij de ruimte erbuiten in moeten  stappen en daar kolonies moeten starten. Dat vraagt mogelijk aanpassingen, die verder gaan dan het biologische.  Het antwoord op de vraag of "technologie of biologie" nodig is voor het bereiken van een Type I-Beschaving is: Beide zijn nood-zaak.  Dit antwoord vraagt grote verantwoordelijkheid en zorgzaamheid van de mens met betrekking tot hoever hij kan en mag gaan. Er is daartoe  een ethiek nodig die, zoals Peter-Paul Verbeek stelt: "een begeleider (is) die erkent dat technologie mede vormgeeft aan het mens-zijn en die  zelf actief betrokken wil zijn in dat proces". Deze ethiek geldt niet alleen voor de mens zelf, maar ook voor zijn directe, eigen omgeving. In  feite voor letterlijk alles. Van een "beheersen" van de energiemiddelen dient de mens daarom over te stappen tot het "beheren" van de  energiemiddelen.  In het laatste artikel "De Schaal van Kardashev en onze (gezamelijke) toekomst - Deel III - Beheersen of Beheren?" zal ik hier verder op  ingaan.